Gedrag

By paws on juli 23rd, 2009

MIJN HOND IS DOMINANT, OF NIET…

Het begrip dominantie leidt nogal eens tot verwarring. In de gedragstherapie is het woord misschien wel de meest gebruikte term en bijna zeker de meest verkeerd gebruikte.

Eigenlijk heeft elke hond dominante trekjes in zich. Die dominante trekjes bepalen op een gegeven moment de plaats die de hond inneemt in de rangorde. Dominante trekjes, zeg maar gerust dominantie, worden versterkt door leerervaringen en door alle zwaktemomenten en –signalen die de roedelleden voortdurend afgeven. Alle leden in een groep streven naar een betere, hogere dus dominantere positie. Dit is fundamenteel. Net zo goed dat een rangorde een fundament in elk huishouden is. Honden kunnen namelijk niet zonder, net zo min wij mensen in staat zijn goed te functioneren zonder duidelijkheid in hiërarchie. Rangorde moet namelijk duidelijkheid voor alle leden betekenen. Hoe ziet zo’n rangorde er uit? Er zijn twee rangordes in een groep: een mannelijke en een vrouwelijke. Beide rangordes verweven naadloos in elkaar tot één geheel. Aan het hoofd staat de rangordeleider en de laatste in de orde is de underdog, ook wel het piespaaltje genoemd. Aan het hoofd van uw honden- & mensenrangorde hoort u te staan. Of uw echtgeno(o)t(e), dat moet u zelf maar ‘uitvechten’. Daarna komen uw eventuele kinderen vanaf de leeftijd van 12 jaar en pas dan de kleintjes en uw hond(en). Waarom de leeftijdsgrens van 12 jaar? Honden beschouwen kinderen tot die leeftijd haast per definitie als ranglagere. Vanaf 12 jaar moet het per individueel kind en hond bekeken worden. Hun beider eigenschappen zijn dan bepalend voor de plaats die wordt ingenomen in het huishouden.

Vraag: wat bepaalt de rangordeleider? Antwoord: de rangordeleider is de baas, eigenlijk Dè Baas. Hij bepaalt het eten (voerbakprobleem), de jacht (weglopen), de voortplanting (rijden op mensen), leidt de verdediging tegen indringers (voordeurbelprobleem), leidt de migratie (trekken aan de lijn), monopoliseert de partner (“jaloezie”). De dominanten hebben ook de beste rust- en slaapplaatsen (bank, stoel, uw bed) in huis.

Dominantieverhoudingen kunnen per plaats verschillen. Wat in huis geldt, kan in de tuin, op straat, tijdens de training (op de training luistert hij wel, maar thuis……), in het bos en op andere plaatsen heel anders zijn.

In principe staan de dominantieverhoudingen altijd onder druk vanwege de invloed van alle zwaktemomenten en –signalen. Wat op een gegeven moment zo is, kan later anders zijn. Vooral met dominant aangelegde honden -honden die voortdurend streven naar een zo hoog mogelijke plaats in de rangorde- staan de posities altijd onder druk.

Als er conflicten zijn binnen een rangorde speelt bij de leden alleen het eigen belang. Als bijvoorbeeld de nummer 3 en 4 in de hiërarchie een probleem hebben over hun positie zal een hogere in rang nummer 3 helpen om zo zijn eigen positie te bewaken. Dit is enorm belangrijk voor lezers met twee of meer honden en voor lezers die net een pup hebben aangeschaft. Help dus niet de mindere als er sprake is van schermutselingen door een rangordeprobleem tussen twee honden. Help uw pup niet als hij op normaal hondse wijze gecorrigeerd door de oudere hond; als uw oudere hond uw pup/ jonge hond de grammatica en spelling van de hondentaal leert. Voor de goede orde, schermutselingen zijn anders dan vechtpartijen. Bij schermutselingen vloeit normaliter geen bloed, bij vechtpartijen worden wonden gereten.

 

Aan dominant gedrag zijn verschillende gedragskenmerken verbonden. Het grootste, meest omvattende gedragskenmerk is de hoge houding: hoog op de poten, hoofd omhoog, staart wordt hoog gedragen, oren naar voren. Een imponerende houding. Als zo’n hond zich agressief gedraagt, dan gaat zijn staart nog hoger, net als de oren, laat hij vaak zijn borstels op de rug zien en toont hij zijn tanden. Dominant agressieve honden tonen alleen hun tanden en rimpelen de neus, de kiezen mag u niet zien. Zodra u de kiezen kunt zien vertoont de hond angstig gedrag, de mondhoeken zijn dan naar achteren getrokken.

Dominante honden markeren veel tijdens de wandelingen. Dat markeren, urineren, is louter bedoeld om hun territorium af te bakenen: buurtbewoner-hond, denk er aan, dit is van mij! Teven plassen vaak als reuen, reuen beuren hun poot zo hoog mogelijk op, want hoe hoger je kunt plassen, des te imponerender je bent als hond.

Bij dominante honden is spelen zelden een tijdverdrijf. Trek- en sleurspelletjes worden al snel dominantie bevestigende handelingen, want elke winst helpt mee aan de verbetering van de positie in de groep in het algemeen en tegenover de directe opponent in het bijzonder. Daarom zijn trek- en sleurspelletjes met dominante honden uit den boze.

Resumé: dominantie is een natuurlijke eigenschap, veroorzaakt door de aard van het beestje en aangeleerd gedrag. Dominantie is een onderdeel van de persoonlijkheid, in deze dus niet af te leren. Dominantie is per situatie verschillend en elk individu heeft dominante trekjes. De gulden balans tussen dominantie en onderdanigheid/ondergeschiktheid zorgt voor duidelijkheid en harmonie in de groep waarvan mens en hond deel uitmaken.

© Anita – Stichting PAWS Holland

“Plaats” trainen

Leg de plaats (hondenmand, kussen of deken) in de woonkamer, op een tochtvrije plek. Het liefst op een plek van waaruit de hond de kamer goed kan overzien (de meeste honden vinden dit prettig).

Om de hond te wennen aan zijn plaats geeft u hem een lekkere kluif die hij op zijn plaats op mag eten of een hondenkoekje. Laat het koekje zien, geeft het commando “plaats” en brengt de hond ernaartoe. Als de hond zijn kluif of het hondenkoekje wil meenemen naar een andere plek brengt u hem rustig terug naar zijn nieuwe “plaats”. Je gebruikt dan ook weer het commando “plaats” of “mand”. Dit houdt u een aantal dagen vol; iedere kluif of ander lekkers die de hond krijgt laat u hem op zijn plaats opeten. U kunt het beste pas doorgaan met de volgende stap, wanneer de hond geen aanstalten meer maakt om zijn kluif of koekje mee te nemen naar een andere plek, maar rustig in op zijn plaats blijft liggen totdat hij is uitgekloven.

Is de hond eenmaal zover, dan gaat u door met de volgende stap. Iedere keer wanneer de hond wil gaan slapen, bijvoorbeeld na een wandeling of een spelletje, dan brengt u de hond rustig naar zijn plaats. Als de hond in op zijn plaats gaat liggen (al dan niet op uw aanwijzing) beloont u de hond door hem een speeltje of iets lekkers te geven.
Wanneer de hond uit van zijn plaats komt met de bedoeling om op een andere plek te gaan slapen, brengt u hem, net zoals eerst met de kluif, weer rustig terug naar zijn plaats (nee, kom maar naar je “plaats” – als hij ligt “keurig, dat is plaats”).

Als de hond zover is, dat hij zonder problemen op zijn plaats wil liggen slapen en deze zelfs regelmatig zelf opzoekt, kun je op afstand gaan trainen.
Neem een paar meter afstand, laat de hond blijven, leg een koekje op zijn plaats, ga terug naar de hond en zeg “plaats” – als de hond uit zichzelf naar zijn plaats loopt – meelopen en nogmaals belonen.

Ga nu ook de hond leren te “blijven”. Als de hond zelf op zijn plaats gaat liggen – mag hij er ook zelf weer afkomen.
Echter: heeft u hem het commando “plaats” gegeven – mag de hond er pas af als u het zegt.
Dus:  Hond doet het zelf – mag het ook zelf weer opheffen
U geeft het commando – u heft het ook weer op (anders de hond terug op zijn plaats brengen)
Doe dit in het begin niet te lang!! Begin met een halve minuut – 2 minuten –
5 minuten, enzovoorts.

Een extraatje om de hond zover te krijgen dat hij uit zichzelf met plezier in op zijn plaats  gaat is nog het volgende. Leg regelmatig een paar hondenbrokjes of ander lekkers op zijn plaats, op een moment dat de hond niet ziet dat u dit doet. De hond zal het al gauw de moeite vinden om telkens weer in op zijn plaats te gaan kijken of er misschien wel weer “zo maar” wat lekkers ligt. Misschien denkt u, als u dit verhaal gelezen heeft, dat een goede plaatstraining erg veel tijd en moeite zal kosten. In de meeste gevallen kunt u de omschreven stappen echter al binnen één tot twee weken allemaal nemen. Wel is het belangrijk dat u de hond echt stap voor stap aan op zijn plaats laat wennen en dat u daar zoveel tijd voor neemt als bij uw hond nodig is.

Het resultaat moet namelijk zijn, dat de hond probleemloos op zijn plaats gaat liggen, omdat hij dit als zijn eigen veilige ligplaats ziet. U mag de hond daarom wel voor straf op zijn plaats sturen – maar zodra hij deze bereikt heeft: mondje dicht! (want anders wordt het juist een vervelende plek)! Als u kinderen heeft zult u erop moeten letten dat zij de hond als deze op zijn plaats ligt ook nooit storen of lastigvallen. De plaats moet juist een plek zijn waar de hond zich rustig terug kan trekken. Ook handig als het huis vol visite zit!

© Anita – Stichting PAWS Holland

Opspringen
Doel

Sommige honden hebben de gewoonte om bezoekers uitbundig te verwelkomen door tegen ze op te springen. Sommige honden gaan in hun enthousiasme hier zo ver in dat ze ook tegen iedereen die ze op straat tegen komen willen opspringen. Niet iedereen is hier even blij mee. Het doel van de hier beschreven oefening is dan ook om de hond ander, en meer acceptabel, gedrag bij een begroeting aan te leren.

Achtergrond

Bij dit gedrag moet je je eigenlijk eerst afvragen waarom een hond dit doet. Door op te springen probeert een enthousiaste hond dichter bij het gezicht van een mens te komen. Als de hond gewoon zou blijven staan zijn, afhankelijk van het formaat van de hond, heeft hij alleen de enkels of de knieën van een mens binnen bereik. Die lichaamsdelen zijn bij een enthousiaste begroeting niet interessant, de hond wil eigenlijk het liefst het hele gezicht besnuffelen en aflebberen. Hij kan bij dat gezicht komen door op te springen. De gemiddelde mens, die daar niet van gediend is, gaat dan allerlei opgewonden geluidjes en bewegingen maken, waardoor de hond eigenlijk alleen maar aangespoord wordt.
Je kan van dat opspringen op een aantal manieren afkomen.
Als eerste kan je natuurlijk zelf door de knieën gaan. Daarmee komt het gezicht van de mens dichter bij de kop van de hond, en hoeft er niet meer gesprongen te worden voor de begroeting. Niet iedereen is hier echter van gediend of is hier toe in staat.
Ten tweede is er de beproefde manier met het knietje: als de hond springt tilt de mens zijn knie op, zodat de hond daar tegenaan botst, zich daarbij wellicht bezeert, en zeker niet bij zijn doel komt. Ook deze methode heeft een aantal nadelen: het is eigenlijk alleen goed te doen bij honden van het formaat Retriever of Herdershond. Zijn de honden veel kleiner dan komen ze nooit bij een opgetilde knie, zijn ze veel groter dan zal die knie ze niet tegen houden, ze stappen daar gewoon over heen. Bovendien is weer niet iedereen hiertoe in staat (denk aan mensen met fysieke gebreken, een aanstormende Labrador heeft een niet al te sterk mens zo ondersteboven). Het voornaamste bezwaar tegen deze methode is echter dat je de hond wel leert wat niet mag, maar je leert hem geen alternatief gedrag (iets dat wel mag) aan.
Het mooiste is dan ook om de hond een alternatief gedrag aan te leren, dat hij bij het begroeten “automatisch” gaat uitvoeren. Erg geschikt hiervoor is het “zitten”, want een hond die zit kan nou eenmaal niet tegelijkertijd opspringen.

Methode

Zorg dat er wat te begroeten valt, er is dus een helper nodig. Zet de omstandigheden in scene waaronder de hond het vervelende gedrag vertoont. De ene hond doet dit bij de voordeur als er bezoek binnen komt, de andere hond springt op straat tegen iedereen op.
Als de hond nu tegen de helper wil opspringen draait de helper zich om. Op dat moment verdwijnt het gezicht van de helper uit het beeld van de hond, en is de reden voor het opspringen eigenlijk al verdwenen.

Als de helper zich omgedraaid heeft geeft de eigenaar het commando “zit”. Pas als de hond zit draait de helper zich weer om, zodat de hond het gezicht weer kan zien. Als de nu hond blijft zitten wordt hij hiervoor beloond, komt hij echter overeind dan beginnen we weer van voor af aan.
De beloning moet ook echt de moeite waard zijn, als de hond met voer te motiveren is kan je als beloning prima iets lekkers gebruiken. Als de eigenaar er geen bezwaar tegen heeft dat de hond voer aanneemt van vreemden is het het mooiste als de helper de hond als beloning iets lekkers kan geven. Dan leert de hond snel dat springen bij een begroeting hem niets oplevert (zodra hij aanstalten maakt is de pret immers gelijk over), maar dat “zitten” bij een begroeting veel meer de moeite waard is, die vreemde geeft hem dan iets lekkers.

Als het met deze ene helper goed gaat moet de oefening herhaald worden met zo veel mogelijk verschillende andere helpers. Als het een paar keer goed gegaan is kan je proberen het ritueel met het omdraaien achterwege te laten. Zodra de helper in beeld verschijnt komt dan onmiddellijk het commando “zit”. Als de hond dan toch weer wil gaan springen draait de helper weer zijn rug naar de hond toe: de oefening is dan iets te snel gegaan.
Als de oefening regelmatig goed gaat kan de beloning afgewisseld worden (een keer “braaf”, een keer een aai over de borst van de hond) en dan kan de beloning ook afgebouwd worden (niet meer bij elke keer dat het goed gaat een beloning, maar sla de beloning eens een paar keer over). Als deze oefening een paar keer per dag gedaan wordt krijg je zo binnen een week een hond die, in plaats van op te springen, bij een begroeting netjes gaat zitten wachten totdat hij beloond wordt.
Methode negeren:

Wanneer de hond opspringt tegen de eigenaar als deze als eerste thuiskomt – en er geen helper voor handen is: de hond totaal negeren. Stilstaan en de rug toedraaien totdat de hond rustig is. Daarna pas belonen.

Ook kan je doorlopen en de hond totaal negeren. Tas wegzetten – jas en schoenen uitdoen en de normale dingen gaan doen die je doet als je thuiskomt. De hond totaal negeren – pas begroeten (= belonen) als hij rustig is.

Belangrijk is dat de hond leert dat de begroeting (= beloning) pas komt als hij rustig is en vier voetjes op de grond heeft.

Negeren is ook echt negeren!
Geen oogcontact – geen verbaal contact en geen lichamelijk contact vanuit de eigenaar (als de hond opspringt geen reactie teruggeven).

© Anita – Stichting PAWS Holland

BENCH TRAINING

Een bench, oftewel kamerkennel of hondenbox, is een metalen kooi die speciaal voor honden is bedoeld. Hoewel een bench helaas niet echt goedkoop in aanschaf is, loont de aanschaf ervan vaak toch de moeite. Het gebruik van de bench kan erg nuttig zijn bij de zindelijkheidstraining en bij het voorkomen van probleemgedrag bijvoorbeeld wanneer de hond alleen is. Het gebruik van de bench maakt een mand overbodig.

Wat zijn nu de voordelen van het gebruik van een bench?
• Uw hond zal zich prettiger voelen in de bench wanneer hij alleen thuis moet blijven. De bench is voor de hond een soort hol waarin hij veilig is, zoals honden in het wild ook een veilig hol hebben. De kans dat hij de de hele buurt bij elkaar jankt is daarom ook een stuk kleiner!
• Uw hond krijgt de kans niet om “rottigheid” uit te halen terwijl u weg bent. Toch prettig natuurlijk wanneer u zeker weet dat uw hond zich niet tegoed zal doen aan uw bankstel of uw vloerbedekking!
• Wanneer uw hond nog niet (helemaal) zindelijk is, vergroot het gebruik van de bench de kans dat het toch “droog” blijft terwijl u weg bent (ook ’s nachts!). Een hond zal namelijk zijn eigen hol niet graag bevuilen. Alleen in uiterste nood (en zo lang blijft u natuurlijk niet weg) zal de hond in zijn eigen bench plassen of poepen. Niet alleen scheelt u dit een hoop dweilen; het is ook belangrijk dat het proces waarin het een gewoonte wordt om alleen buiten te plassen en te poepen niet te doorbreken. Ideaal bij de zindelijkheidstraining van een puppy.

Voordat u de hond in de bench opsluit wanneer hij alleen thuis moet blijven, moet u ervoor zorgen dat de hond de bench als een prettige, veilige, ligplaats gaat beschouwen. U zet de bench in de woonkamer, op een tochtvrije plek. Het liefst op een plek van waaruit de hond de kamer goed kan overzien (de meeste honden vinden dit prettig). In de bench legt u een deken of iets dergelijks, zodat de ondergrond aangenaam is om op te liggen.

Om de hond te wennen aan de bench geeft u hem een lekkere kluif die hij in de bench op mag eten of een hondenkoekje. Het deurtje van de bench blijft open, maar als de hond zijn kluif of het hondenkoekje wil meenemen naar een andere plek brengt u hem rustig terug naar zijn nieuwe “plaats”. Dit houdt u een aantal dagen vol; iedere kluif of ander lekkers (ook zijn eten!!) die de hond krijgt laat u hem in de bench opeten. U kunt het beste pas doorgaan met de volgende stap, wanneer de hond geen aanstalten meer maakt om zijn kluif mee te nemen naar een andere plek, maar rustig in de bench blijft liggen totdat hij is uitgekloven.

Is de hond eenmaal zover, dan gaat u door met de volgende stap. Iedere keer wanneer de hond wil gaan slapen, bijvoorbeeld na een wandeling of een spelletje, dan brengt u de hond rustig naar zijn bench. Als de hond in de bench gaat liggen (al dan niet op uw aanwijzing) beloont u de hond door hem
een speeltje of iets lekkers in de bench te geven. Wanneer de hond een mand, een ligbed of iets dergelijks had, maak het de hond dan gemakkelijker door  deze (in elk geval voorlopig) weg te halen. Past de mand of het ligbed in de bench, dan kunt u die daarin natuurlijk goed gebruiken! Wanneer de hond uit zijn bench komt met de bedoeling om op een andere plek te gaan slapen,
brengt u hem, net zoals eerst met de kluif, weer rustig terug naar zijn plaats.

 
Is de hond zover, dat hij zonder problemen in de bench wil liggen slapen en deze zelfs regelmatig zelf opzoekt, dan sluit u als de hond gaat slapen voor een tijdje het deurtje. U geeft hem hierbij de eerste keer weer een kluif of een hondenkoekje. U gaat nog niet weg, dat is pas de laatste stap. Mocht uw hond nu toch onrustig worden en/of gaan janken of blaffen, dan is het heel
belangrijk dat u juist nu goed reageert. Dat wil zeggen: zolang de hond onrustig is, negeert u hem volkomen! U mag hem vooral niet troosten of geruststellen, want dan voelt de hond zich beloond voor zijn onrustige gedrag en zal hij dit dus blijven herhalen. Ook kunt u beter niet op hem
mopperen, want ook dan krijgt hij toch aandacht van u en dat is precies waar hij om vraagt. Zodra de hond stil is, ook al is het maar even, gaat u op dat moment naar hem toe. Wees niet uitbundig, maar open gewoon het deurtje alsof het de normaalste zaak van de wereld is. Laat de hond direct gewoon zijn eigen gang gaan; het is niet de bedoeling dat u door uw gedrag de indruk wekt alsof er iets heel bijzonders is gebeurd.Pas wanneer de hond rustig in de bench blijft liggen met het deurtje dicht, terwijl u thuis bent, neemt u de laatste stap. Als u (eerst voor korte tijd)weggaat, sluit u de hond op  in de bench. Geef hem de eerste keer weer een kluif of hondenkoekje.

Een extraatje om de hond zover te krijgen dat hij uit zichzelf met plezier in de bench gaat is nog het volgende. Leg regelmatig een paar hondenbrokjes of ander lekkers achterin de bench, op een moment dat de hond niet ziet dat u dit doet. De hond zal het al gauw de moeite vinden om telkens weer in zijn
bench te gaan kijken of er misschien wel weer “zo maar” wat lekkers ligt. Misschien denkt u, als u dit verhaal gelezen heeft, dat een goede bench-training erg veel tijd en moeite zal kosten. In de meeste gevallen kunt u de omschreven stappen echter al binnen één tot twee weken allemaal nemen. Wel is het belangrijk dat u de hond echt stap voor stap aan de bench laat wennen en dat u daar zoveel tijd voor neemt als bij uw hond nodig is.

Het resultaat moet namelijk zijn, dat de hond probleemloos alleen kan blijven in de bench, omdat hij dit als zijn eigen veilige ligplaats ziet. U mag de hond daarom ook nooit voor straf in zijn bench sturen (want dan wordt het juist een vervelende plek)! Als u kinderen heeft zult u erop moeten letten dat zij de hond als deze in zijn bench ligt ook nooit storen of lastigvallen. De bench moet juist een plek zijn waar de hond zich rustig terug kan trekken.

© Anita – Stichting PAWS Holland