“Een rubriek over een opvanghondje uit Spanje, waar de nood voor viervoeters
hoog is”. Ik tetterde een superenthousiaste riedel door de telefoon over hoe
gewéldig leuk dat zou zijn. De hoofdredacteur van Hondenmanieren, hoorde het
geduldig aan en kwam daarna direct to the point: Hondenmanieren zat niet
bepaald te wachten op een reeks juichende artikelen over het importeren van
viervoeters uit het zonnige zuiden, maar had wél interesse in een eerlijk
verhaal over de leuke, maar soms ook de minder vrolijke kanten. Want zeg nou
zelf: we voelen natuurlijk allemaal onze knieen knikken als we de rijendikke
schattige snoetjes op internet voorbij zien komen, maar weten mensen wel waar
ze aan beginnen of zijn Spaanse hondjes impulsaankopen?
Verliefd
De hoofdredacteur had een punt. De doorgaans goedbedoelende organisaties die
zwerfhonden uit Zuid Europa via internet aan de man proberen te brengen,
schieten als paddestoelen uit de grond. Even googlen op ‘honden’ en ‘Spanje’
en je wordt bedolven onder de kansarme stakkertjes. Volgens de beschrijvingen
allemaal even lief en snakkend naar dat ene baasje in West Europa die hen uit
de misère van het Spaanse asielleven haalt. Het volgende moment heb je er
stiekem al eentje uitgekozen die wel héél zielig de camera in koekeloert.
Alle mogelijke twijfels worden subiet aan de kant geschoven, je bent immers
verliefd en het beestje verdient een kans!
En voor je het weet sta je op Schiphol, wachtend op jouw pluizige Spanjool
die straks uit de buik van het vliegtuig komt rollen. Eenmaal thuis is het
niet denkbeeldig dat het zielige hoopje hond met die grappige oren van de
foto eerst eens even fijn je nieuwe vloerbedekking besproeit (in het asiel
hoefde je immers als hond niet zo nodig je plas op te houden), de katten tot
de nok toe opjaagt (veel Spaanse honden hebben een flinke scheut
jachthondenbloed) en je bank uitgraaft om eindelijk dat fijne, veilige
holletje te creëren dat 'ie in het asiel zo node moest missen. En dan hebben
we het niet eens over de getraumatiseerde exemplaren die nooit een vrolijke
huishond zullen worden.
Zwaar overdreven, zul je misschien denken, het gaat toch vaak goed? Klopt,
met de nodige begeleiding en geduld gaat het ook vaak goed en honden kunnen
zich wonderwel snel aanpassen. Maar toch, wat weten we eigenlijk van Pablo,
Chico of Rosita? Zonder al te diepgaande kennis van de opgedane ervaringen
van de desbetreffende zwerfhond storten we ons welgemoed in het avontuur. En
even een blokje om voor een eerste indruk doe je niet zo snel als hondlief in
Benidorm zit.
Toch - en misschien juist om bovengenoemde redenen - ging Hondenmanieren
akkoord met mijn voorstel: “een opvanghondje uit Spanje, wat brengt dat
allemaal met zich mee?”. Maar er zaten voorwaarden aan vast: ik moest een
organisatie vinden die meer deed dan massaal honden naar Nederland halen: die
zijn betrouwbaarheid in de loop der jaren had bewezen, die hart voor en visie
had op de problematiek van de Spaanse viervoeters, die ook lokaal hulp
verleende, die werkte met opvanggezinnen en zorg bleef dragen voor de
geplaatste honden.
Weken, zo niet maanden ben ik bezig geweest me te verdiepen in het enorme
aanbod van dierenwelzijnsorganisaties en soms zag ik door de bomen het bos
niet meer. Uiteindelijk kwam ik bij Stichting PAWS terecht. Deze organisatie
bleek aan alle wensen te voldoen en ook voorzitter Rita Rebel was
enthousiast. Al de volgende dag ontving ik vanuit Spanje foto’s en
beschrijvingen van drie mogelijke kandidaten in mijn mailbox. Het was direct
duidelijk dat PAWS Holland korte lijnen had met het asiel in Spanje en dat er
sprake was van een hechte samenwerking.
Zij die haar kans grijpt
Mijn voornemen was een klein, rustig hondje op te vangen. Klein omdat ze dan
in een hondenfietsmand zou passen als ik met mijn kruising-bouvier aangelijnd
de fiets zou pakken. En rustig omdat ik twee oudere katten heb die niet
gesteld zijn op al te veel drukte in huis. Géén jachthondje dus. Verder
maakte me het niet veel uit al zou een teefje wel leuk zijn.
Toen ik de foto van Chansa zag, wist ik het meteen. Dit halfjaar oude,
roodwitte hondje met haar grappige flaporen keek me zo ernstig aan, dat ik
eigenlijk geen oog meer had voor de andere twee kandidaten. Bovendien kon ze
lachen, stond er in haar beschrijving en op één van de foto’s zag ik
inderdaad iets van een scheve grimas. Een rasechte Spaanse vagebond, met een
volwassen blik voor haar jonge leeftijd. Chansa had het nodige meegemaakt:
haar zusje was vlak naast haar door de eigenaar door de kop geschoten en
Chansa wachtte hetzelfde lot. Dit speelde zich zo’n honderd meter van het
asiel af, in een prachtige bergachtig gebied. Teletubbieland, vol met
sinaasappelbomen, olijfgaarden en velden vol verse kruiden en op een
steenworp afstand van de badplaats Carrucha. Chansa schrok zo van het schot
dat zij zich losrukte en wist te ontsnappen door zich bij de buurman te
verstoppen, die haar vervolgens naar het nabijgelegen asiel Los Callardos van
PAWS Spanje bracht. Daar kreeg zij de naam Chansa, wat zoveel betekent als
‘zij die haar kans grijpt’.
Deze kleine survivor zou het worden: mijn Spaanse ster in haar eigen rubriek.
Rita regelde alles in no-time, zelfs mijn overnachting en voor ik het wist
zat ik met haar in het vliegtuig naar Alicante. Eenmaal in Los Callardos
aangekomen was ik diep onder de indruk. Het asiel zag er degelijk en schoon
uit, de honden hebben voor asielbegrippen echt de ruimte en er wordt hard
gewerkt. De bewoners krijgen zoveel mogelijk aandacht en dagelijks de
gelegenheid de poten te strekken en te spelen. Het was ontroerend om te zien
hoe asielleidster Valerie en de vrijwilligers hun best doen om het de dieren
zoveel mogelijk naar de zin te maken.
Chansa was duidelijk in haar nopjes met het bezoek aan haar deur. Haar hele
lijfje schudde van blijdschap terwijl ze luid bromde van genoegen. Haar
voorpoten klemde ze om de tralies en het leek wel of ze zich tussen de
spijlen door wilde wurmen. Eenmaal uit haar hok sloeg de schrik me echter om
het hart. Deze uitgelaten bonte stuiterbal, met een schofthoogte van bijna
een halve meter, leek in niets op het kleine rustige hondje dat ik al die
tijd in gedachten had gehad. Onder haar schattige snoetje en tengere lijfje
zaten een paar sierlijke Bambi-stelten waarmee ze zich razendsnel
verplaatste. Ze had de bouw van een ‘rasechte’ Spaanse jachthond. Links en
rechts schoot ze langs me heen; een sprintje hier, een bokkensprong daar: één
brok levenslust. Als ik haar mee zou nemen, zou het wel eens gedaan kunnen
zijn met de rust in huis. En of ik mijn katten daar een plezier mee deed? Ik
twijfelde.
Tja…
Terwijl ik zittend op de grond nederige excuses aan het bedenken was naar de
medewerkers van PAWS die alles voor mij hadden geregeld, kreeg Chansa mij in
het vizier. Ze spurtte op me af, kronkelde haar tengere lijfje over me heen
en begon dolblij in mijn haar te happen en m'n gezicht af te lebberen.
Het moge duidelijk zijn: de komende maanden zit ik, tot zich een goed baasje
aandient, met een Spaanse wervelwind opgescheept.
Astrid Verburg

Chansa de Spaanse wervelwind, deel 2
Erger dan de Piranha’s
Het vliegtuig vertrekt pas ’s avonds en om Chansa moe te krijgen voordat zij
aan haar reis naar Nederland begint, mag ze in de kleuteropvang bij de andere
jonge honden. Het is een groot buitenverblijf met speelgoed, badjes en
iglovormige hondenhokken. Het nest bonte kruisingherders dat hier
ronddartelt, wordt door de medewerkers van het asiel liefdevol de Piranha’s
genoemd omdat ze lekker druk zijn en graag overal hun tandjes in zetten,
zoals het jonge honden betaamt. Veilig vanachter het gaas sla ik Chansa gade.
De Piranha’s hebben weliswaar de naam, maar al gauw blijkt Chansa met al haar
opgekropte energie de grootste druktemaker van het hele stel. Met haar ranke
windhondenlijfje racet ze door de badjes, sjeest ze in en uit de iglo’s en
zigzagt ze door het verblijf met in haar kielzog vier herders. Na zo’n
twintig rondjes raken de Piranha’s danig uitgeput en geven de achtervolging
op, tot grote teleurstelling van Chansa.
Een dik uur later, als ik een ronde heb gemaakt langs alle andere bewoners
van het asiel, zie ik nog steeds een roodwitte schicht door het
buitenverblijf vliegen. Ik begin me enigszins zorgen te maken; is Chansa
eigenlijk wel moe te krijgen?
Trippel trippel
Misschien helpt een stevige wandeling. Chansa trekt haar scheve grijns en
staat dolblij met haar hele lijfje te schudden. Zelfs haar koppetje wiegt mee
terwijl ze de Salsa danst. Alle afleiding is welkom. Eenmaal aangelijnd en
buiten de poort heeft ze maar één interesse: snuffelen. De hele stoffige weg
rondom het asiel blijft ze met haar bruinroze neusje aan de grond gekleefd.
Elke dorre grasspriet wordt nauwkeurig onderzocht. Al die nieuwe geuren, na
maanden verblijf in het asiel, lijken een feest voor haar reukorgaan, want ze
kwispelt er druk bij. Als we bij het stuk land komen waar haar zusje is
doodgeschoten en waar Chansa wist te ontsnappen, staat ze even stil en kijkt
op. Snel een ander pad in, weg van de plek des onheils. Chansa volgt braaf
zonder om te kijken.
Als je zoals ik gewend bent aan een bouvier die als een kalme doedel naast je
kuiert, is het even wennen aan het getrippel van dit Spaanse dametje. Ook
wordt duidelijk dat Chansa nooit aan de riem heeft gelopen, ze zwalkt van
links naar rechts en dan het liefst voor m’n voeten. Het is knap lastig als
je steeds probeert al die dribbelende tenen te ontwijken en na de wandeling
ben ik buiten adem, maar bij Chansa is geen spoortje van vermoeidheid te
bekennen.
Siësta
De Piranha’s houden siësta in het zonnetje. Chansa vindt het maar een dooie
boel en begint aan een oor te trekken in de hoop weer wat leven in de
brouwerij te brengen. Als deze poging mislukt – de siësta is voor vele
Spaanse honden heilig – kijkt ze verbouwereerd om zich heen. Ze is enorm
alert op haar omgeving, alles volgt ze met nieuwsgierige oogjes. Ook als ik
op behoorlijke afstand passeer, zie ik haar witte snoetje in mijn richting
draaien en blijft ze me volgen tot ik uit zicht ben.
Hoewel er in het asiel Los Callardos voor mensen niks te eten en te drinken
is behalve smerigsmakend kraanwater, en ik me aan het eind van de dag zelf
een uitgehongerde zwerfhond voel, vind ik het bijna jammer dat het tijd wordt
om te vertrekken. Chansa en ik nemen afscheid van de Piranha’s en van de
aanwezige vrijwilligers.
Valerie brengt ons naar het vliegveld, wat een rit betekent van ruim twee
uur. Niet alleen Chansa maar ook Annie, een slanke, vrolijke, blonde labrador
en een voormalige kettinghond, reizen met mij mee. Voordat we ze in de
reisbench stoppen, krijgen de honden een tabletje in een stukje worst verpakt
waardoor ze wat soezerig worden. Het is geen slaappilletje, dat mag ook niet
tijdens het vliegen, maar een natuurlijk middeltje om te ontspannen. Beide
honden zijn opvallend rustig. Annie gaat meteen liggen en Chansa koekeloert
heel de autorit zoet om zich heen.
Handdoek
Bij het vliegveld aangekomen, blijkt Chansa te hebben overgegeven en wij
haasten ons richting toiletten om haar bench te verschonen. Vlak voordat ik
haar bench onder handen neem met wc-papier en water, eet ze nog net het
stukje worst op dat ze er eerst had uitgegooid. Valerie en ik knikken
tevreden: het pilletje zit er weer in.
Ik vervang de vieze handdoek nu door een eigen handdoek die ik van huis heb
meegenomen. Op aanraden van Rita Rebel, de voorzitter van PAWS Holland, heb
ik deze doek een week lang onder mijn pyjama gedragen en ook mijn katten en
Barrie de bouvier hebben er op gelegen. Het is de bedoeling dat Chansa
vertrouwd raakt met deze geuren. Dit moet haar een beetje troosten tijdens de
reis en straks de kennismaking met de nieuwe huisgenoten versoepelen.
Wachtend in de rij voor de vertrekbalie praat ik steeds zachtjes tegen Chansa
en streel haar zachte snuitje door de tralies heen. Of het nu mijn kalmerende
woorden zijn, onze pogingen om haar flink af te matten, of het
anti-stresspilletje: Chansa begint zowaar te knikkebollen. Bij het inchecken
wordt ze nog even wat onrustig. Valerie probeert haar te sussen, maar ze
blijft om zich heen kijken tot ze mij weer in haar vizier krijgt. ‘She needs
you now’, zegt Valerie en ik moet echt even slikken als ik haar overdoe aan
het grondpersoneel en haar zie wegrijden op de trolley. Het smalle witte
koppie met de vrolijke rode flapoortjes, verdwijnt langzaam uit beeld.
Aan boord
Valerie zwaait me uit en ineens voel ik me erg verantwoordelijk voor de twee
honden die meereizen. In het vliegtuig klamp ik de eerste de beste stewardess
aan om te vragen of Chansa en Annie wel aan boord zijn. Ze zal het checken,
glimlacht ze me toe. Dan komt een verschrikkelijke gedachte bij me op, en ik
trek een tweede stewardess aan haar vestje: ‘de verwarming staat toch wel aan
in het deel waar de honden verblijven?’ Ja, de honden zitten onder de
passagiers in het ruim en daar is het aangenaam van temperatuur. Ik voel me
enigszins gerustgesteld maar haal pas echt opgelucht adem als stewardess 1
meldt dat de honden inderdaad aan boord zijn. De bevestiging hiervan krijg ik
tien minuten later als ik na het opstijgen vrijwel recht onder mij zacht een
hoge blaf hoor. Wellicht doen het handdoekje en de relaxpil hun werk, want ik
hoor de rest van de vliegreis niks meer.
Naar huis
Op Schiphol verwacht ik dat de honden als eerste zijn uitgeladen, maar ik heb
het mis. Alle koffers en bijbehorende passagiers zijn al lang en breed
vertrokken en nog geen spoor van Chansa en Annie. Ik begin knap onrustig te
worden en verwacht elk moment een roodaangelopen stewardess die mij het
vreselijke nieuws komt vertellen: de honden zijn per ongeluk verscheept naar
een ander toestel en zitten nu hoog en droog in the plane naar Toronto. Die
arme Chansa en Annie, wat zullen ze zich verloren en gestresst voelen!
Het is inmiddels twaalf uur ’s nachts en ik wil net een noodoproep doen, als
ik de trolley ontwaar met de twee benches. Op hun dooie akkertje duwen twee
mannen in overal het karretje mijn richting op en ik zwaai als een dolle met
mijn armen terwijl ik de enige ben die nog bij de lopende band staat. Alsof
ze mij ook konden missen. Eenmaal aan de andere kant van de glazen pui valt
het me pas op: zowel Chansa als Annie lijken net uit een diepe slaap te zijn
ontwaakt. Met kleine oogjes knipperen ze tegen het felle licht en na zeven
uur reizen, ogen ze verbazingwekkend relaxed. Het ontvangstcomité, iemand van
PAWS Holland, de nieuwe baasjes van Annie en mijn vriend en ik, lijkt op hen
weinig indruk te maken. Dan gaat Chansa staan, rekt zich eens lekker uit en
zie ik het grappige, halflange stompstaartje voorzichtig heen en weer
bewegen. Welkom in Nederland, kleine Chansa. Tijd om naar huis te gaan.
Astrid Verburg

Chansa de Spaanse wervelwind, deel 3
Dikke knuffel, pond worst
Zodra we binnenkomen – eindelijk thuis na de lange reis uit zuid Spanje –
gaan de oortjes van Chansa overeind. Ze geeft een fikse ruk aan de lijn en ik
kan me nog net schrap zetten. Madammeke heeft de katten ontdekt en laat een
hoge blaf horen. Mijn katten zijn gewend aan honden, maar kiezen bij al dat
lawaai toch snel het hazepad. Ik herinner Chansa fijntjes aan de handdoek met
de geuren van mijn katten die ik had meegegeven in haar reisbench om alvast
vertrouwd te raken met de andere aanwezige huisgenoten. ‘Dit zijn de katten
die hier thuishoren. Die van die handdoek. Weet je wel?’ Het mag niet baten.
Ze probeert een sprint te trekken achter mijn oude Saartje aan die de trap op
vliegt. Gelukkig zit ze nog aan de riem en dat houd ik ook maar even zo.
Mijn bouvier logeert de eerste nacht bij mijn vriend zodat ze morgen tijdens
een wandeling op neutraal terrein rustig kunnen kennismaken en Chansa nu even
het domein voor haar zelf heeft. Voor mij ook wel prettig, want nu hoef ik me
alleen op Chansa te concentreren en die vraagt alle aandacht.
Hoog en zacht
Inmiddels zal ze wel trek en dorst hebben en ik wijs haar de etensbakken,
maar Chansa vindt het hoog tijd om haar nieuwe omgeving te verkennen. Dus
krijgt ze een rondleiding door het huis en elk hoekje wordt zorgvuldig
onderzocht. Onderweg pakt ze het botje én de knuffel die ze tegenkomt en
sleept die mee. Als ik haar eigen kussen laat zien en daar het botje en de
knuffel neerleg, gaat ze drie tellen liggen om vervolgens met botje en al en
met een sierlijke sprong op de bank te belanden. Ze schikt wat kussens links
en rechts en gaat tevreden aan het botje kluiven met een blik van ‘knappe
jongen die me hier vandaan krijgt.’ Misschien zit er toch een scheut
Podenco-bloed in, want dat ras schijnt graag hoog en zacht te liggen.
Ik laat de lijn even los en ga naar de keuken om voor mezelf wat te drinken
in te schenken. Als ik me omdraai, staat ze ineens pal achter me met een
groot vraagteken op haar voorhoofd. ‘Toch trek gekregen?’ vraag ik en wijs
haar nogmaals op de bak met brokjes en het water en nu valt ze aan alsof ze
in weken geen eten heeft gezien.
Kat en kikker
Eenmaal haar buikje rond, nestelt ze zich tegen me aan op de bank. Als mijn
forse kater Baloo belangstellend komt kijken, schiet ze overeind en laat weer
een harde blaf en gegrom horen. Ik grijp meteen in en geef een ruk aan de
lijn gepaard gaande met een forse “Foei!”. Schuldbewust kijkt ze me aan. Ik
besluit op de bank te blijven slapen met Chansa aangelijnd naast me. Als ik
de volgende dag haar toch maar losmaak om te kunnen douchen en daarna naar
beneden kom, heeft ze als verrassing een flinke drol en plas in de kamer
gedeponeerd. De meeste Spaanse honden zijn niet zindelijk, want in het asiel
word je nu eenmaal niet vier keer per dag uitgelaten. Negeren en opruimen
maar. Net terwijl ik met meters keukenrol en emmers sop bezig ben, vliegt
Chansa luid blaffend langs me heen. Baloo weet ternauwernood via het
kattenluikje te ontsnappen. Ik geef meteen een brul en verwijs haar resoluut
naar haar plek: de bank. Timide blijft ze hier nu zoet liggen tot mijn vriend
komt met Barrie en we vertrekken voor een lange wandeling. Chansa denkt dat
de pluche kikker ook mee moet wandelen en sjouwt hem mee in haar bek om hem
vervolgens honderd meter verderop in een modderplas te dumpen. Wellicht vindt
ze dat een goede plek voor een kikker.
Opgeruimd
In het park laat ik haar aan de lange lijn en huppelt ze vrolijk rond. Mijn
Barrie blijft een beetje uit haar buurt nadat ze hem tot twee keer toe
enthousiast ondersteboven heeft gegooid en een paar keer speels in zijn oren
heeft gehangen. Chansa is niet bepaald een keurig opgevoed meisje, dat begint
mijn bouvier wel duidelijk te worden. En Chansa is ook geen huishond. Als we
terugkeren van de wandeling en ik de deur voor haar open doe, blijft ze
weifelend staan. Mag ik echt mee naar binnen? In Spanje was daar geen denken
aan. Honden blijven vrijwel altijd buiten. Met enige zachte drang durft ze
dan toch de drempel over.
Eenmaal binnen begint ze verwoed alle botjes en knuffels te verzamelen om op
en rond haar kussen een prachtig nest te bouwen. Ook sloffen en een
rondslingerende krant worden ‘netjes opgeruimd’.
Varkensoren
Ze laat het gelaten toe als ik een bot afpak en aan mijn eigen hond geef,
maar voordat ik me heb omgedraaid, heeft ze het al teruggepakt en weer aan
haar collectie toegevoegd, mijn Barrie met lege poten achterlatend. Zo
vergaat het hem ook als ik ze beiden een varkensoor geef. Razendsnel duikt ze
toe en gaat er met twee oren vandoor. Niet dat ze hierdoor nu beter luistert,
want als ik haar roep blijft ze met varkensoren pontificaal op de bank
liggen. Druk kluivend en oostindisch doof. Eigenlijk gunt ze mijn hond
helemaal niks en Barrie is zo’n jandoedel die niet meer doet dan mij een
hoogstverbaasde blik toewerpen. Toch vindt ze het geen probleem als ik een
oor afpak en alsnog aan Barrie geef. Even een beteuterende blik en dan neemt
ze grootmoedig haar verlies.
De katten hebben het net als Barrie niet erg makkelijk. Ze kunnen geen poot
de kamer inzetten, of Chansa wil er luidkeels op afvliegen. Het gevolg is dat
ik geen tel rust heb. Ik moest zo nodig een Spaans hond opvangen en ik krijg
waar voor mijn geld. Ik heb mijn handen vol aan het enigszins in het gareel
houden van deze Spaanse peper. Halfoverspannen hang ik diezelfde avond al aan
de telefoon met de gedragdeskundige van PAWS. Ik stort m’n hart uit bij Anita
en gelukkig weet zij precies de goede dingen te zeggen en me te voorzien van
een aantal handige tips waardoor ik weer wat moed krijg.
Eigenlijk is de oplossing voor het jagen op mijn katten vrij simpel: ik moet
direct beginnen met plaatstraining. Diezelfde avond ga ik meteen aan de slag.
Gouden tip
Precies volgens de instructies van Anita laat ik Chansa een koekje zien en
geef het commando “plaats” en breng haar naar haar kussen. Als ze haar kluif
of het hondenkoekje wil meenemen naar een andere plek breng ik haar rustig
terug naar haar nieuwe "plaats" en voeg daar ook het commando toe “plaats” of
“mand”. Dit heeft ze in no time door. Iedere keer wanneer ze wil gaan slapen,
bijvoorbeeld na een wandeling of een spelletje, breng ik haar rustig naar
haar plaats en geef haar wat lekkers. De volgende stap: op afstand trainen en
laten blijven, is dan eigenlijk verrassend klein.
Als Chansa zelf op haar plaats gaat liggen, mag zij er ook zelf weer afkomen.
Heb ik haar echter het commando “plaats” gegeven, dan mag ze er pas af als ik
het zeg. In het begin is dat misschien niet langer dan een halve minuut, maar
dat is net lang genoeg om haar van het idee af te brengen om achter mijn
katten aan te racen.
De belangrijkste tip die ik van de hondengedragsdeskundige van PAWS Holland
krijg, lijkt heel simpel en toch blijkt het de gouden tip: namelijk Chansa
luidkeels de hemel in prijzen als ze zoet blijft liggen als er een kat door
de kamer wandelt. Dikke knuffel, pond worst er in. Daar is ze heel gevoelig
voor.
Prinses op de erwt
Diezelfde avond merk ik al verbetering en twee dagen later lopen mijn katten
vrij relaxed door de kamer. Oké, ze kunnen beter nog even geen sprintje
trekken, maar dat gaat vast goedkomen. Ook Barrie wordt niet meer elk moment
besprongen en mag soms zelfs rustig op een botje kauwen. Als Chansa ’s avonds
als een prinses op de erwt in haar kussens ploft, en haar roodwitte kopje op
mijn schoot legt, dan zijn er momenten dat ze bijna een zoet huishondje
lijkt.
Astrid Verburg


Chansa de Spaanse wervelwind, deel 4
Een regelrechte Einstein
Staat de eerste week het huis nog op zijn kop, daarna keert de rust weer
aardig terug. Chansa blijkt ongelooflijk snel te leren en doet erg haar best
het iedereen naar de zin te maken. In een paar dagen tijd leert ze in huis de
katten met rust te laten, weet ze wat de commando’s ‘zit’, ‘wacht’ en
‘blijf’inhouden en slaapt ze ‘s nachts rustig door zonder enig gepiep. Een
superleerling! Hierbij helpt het enorm dat ze gevoelig van aard is; één
krachtig ‘Foei’ en ze loopt over van schuldbewust vertoon.
Vliegenmepper
Het helpt eveneens dat ze erg van eten houdt: voor een lekker hapje doet ze
alles. Zelfs stelen van het aanrecht en dát mag nou net weer niet.
Dus leer ik haar zo snel mogelijk dat ‘d’r uit’ inhoudt dat ze zich
onmiddellijk uit de keuken dient te verwijderen. Zoet zitten bij de
keukendrempel biedt nog de meeste kansen op een onverwachte traktatie. Op
aanraden van de gedragsdeskundige van PAWS Holland heb ik een vliegenmepper
op het aanrecht liggen, mocht ze het toch in haar bol halen om de keuken te
inspecteren in mijn aanwezigheid. Het is natuurlijk de bedoeling dat ze zodra
ze haar bruinroze neusje ergens in een keukenkast wil steken of op het
aanrecht wil koekeloeren, het geluid van een stevige klap met de
vliegenmepper op het aanrecht haar aan het schrikken maakt en haar op het
rechte pad houdt.
Dievenpad
Maar Chansa is slim. Te slim om zich te laten zien als ik in de keuken ben.
Nee, madammeke gaat het dievenpad op als het vrouwtje uit de buurt is. Hoe
verder hoe beter. Het is dus even afwachten tot het moment zich voordoet dat
ik haar op heterdaad kan betrappen. Om dat moment te bespoedigen, laat ik een
vette hondenworst achter op het aanrecht. Ja, uitermate vals: ik zet alles in
scène. Terwijl ik wacht op de dingen die komen gaan, blader ik quasi
nonchalant door een tijdschrift. In mijn hand heb ik de disc-trainer, een
elastiek met vijf metalen plaatjes, maar je kunt ook iets anders nemen dat
rammelt. Ik zit net ver genoeg om Chansa het idee te geven dat ik het
wellicht niet opmerk als ze voorzichtig eens een paar pootjes in de keuken
zet.
Dekking
Ik blader ongestoord verder en ze begeeft zich nu vliegensvlug richting
aanrecht. Terwijl haar neus haar naar de worst leidt en ze inmiddels al op
haar achterste poten staat, klettert er een luid rinkelend voorwerp tussen
haar en de worst in. Ze maakt een sprong en spurt de keuken uit. Met grote
ogen van schrik rent ze naar me toe. Ik kijk nu enigszins verbaasd van mijn
blad op en als ze met haar tengere lijfje dekking zoekt bij mij, sla ik beide
armen om haar heen. Kwam daar zomaar iets uit de lucht vallen? Iets dat heel
veel lawaai maakte en zomaar vlak voor je neus? Ik loop over van begrip. Nog
een paar keer deze truc herhalen en Chansa zal zich wel een tweede keer
bedenken voor ze iets van mijn aanrecht pikt, ook als ik niet in de buurt
ben. Ze associeert het geluid immers niet met mij, maar met de handeling die
ze verricht: het stelen van eten.
Rammelen
Voorwaarde voor het toepassen van deze truc is wel dat je een beetje moet
kunnen acteren en aardig mikken. Het rammelende voorwerp mag je namelijk niet
direct in de richting van de hond gooien, maar vóór hem of haar. Ben je daar
op afstand niet zo goed in, dan kun je ook de afstand verkorten door naar de
hond toe te lopen, en onder een flinke ‘Foei’ het klepperende voorwerp alsnog
op het aanrecht te gooien, vlak vóór het nieuwsgierige neusje. Of je vult een
plastic flesje met knikkers en die rol je op het moment suprème voorzichtig
richting hond. Op deze manier zal de hond heel snel leren dat dit rammelende
geluid slechts weerklinkt als hij iets verkeerds wil gaan doen. En nog
mooier: in de toekomst zal hij of zij begrijpen dat als je slechts rammelt
met het ding in je hand dat ie beter zijn snode plannetjes kan staken.
Eigenlijk zeg je hiermee: ik ben de baas en ik ben niet akkoord. Om het
plezier in het leren te blijven houden, eindig ik altijd met een oefening die
Chansa heel goed kent, zoals 'af ' en 'blijf' om haar daarna regelrecht de
hemel in te prijzen.
Wringen en wriemelen
Zoals gezegd Chansa is een snelle leerling en het stelen behoort al vlug tot
de verleden tijd. Hardnekkiger af te leren is haar bezitterigheid. Dit geldt
niet meer zozeer voor de botjes en de knuffelbeesten. Sinds is gebleken dat
die in voldoende hoeveelheden dagelijks worden aangevoerd, worden ze
groothartig gedeeld met huisgenoot Barrie. Wat blijft is de jaloezie als het
gaat om aandacht. Telkens als ik Barrie eens lekker over zijn bol wil aaien,
wringt er zich een superblij roodwit snoetje tussen. In het begin is dat
dolkomisch, maar op een gegeven moment moeten Barrie en ik bijna stiekeme
afspraakjes maken om nog eens quality-time te kunnen delen. Mijn bouvier is
gelukkig verre van jaloers, maar echt leuk lijkt hij het niet te vinden als
alle aandacht uitgaat naar degene die zich steeds blijmoedig naar voren weet
te wurmen: Chansa. Het enige dat blijkt te werken, is haar volkomen negeren.
En negeren betekent dan ook níet aankijken. Ook niet even. Chansa lijkt even
in het luchtledige op te lossen en alle aandacht gaat uit naar Barrie. In het
begin probeert ze nog haar oude wring- en wriemeltruc, maar we geven haar
geen millimeter ruimte. Wonderwel geeft ze nu zonder morren op en gaat
welgemoed iets anders doen tot het moment daar is dat zij aan de beurt is
voor een dikke knuffelpartij.
Zoenwerk
Ook hierin maken we vorderingen en ik ben apetrots op haar. Vergeleken bij
mijn Barrie, die toch echt geen slechte leerling was, is Chansa een
regelrechte Einstein. Ze leert als een dolle en met plezier. Er is echter één
oefening waar wij hopeloos in falen en dat ligt niet aan haar.
Chansa is altijd zo blij als ze je ziet dat het ultieme doel, het betere
‘zoenwerk’ in het gezicht, koste wat het kost bereikt moet worden. Ze springt
tegen je op en wil je overladen met haar enthousiasme en haar ‘kussen’.
Volgens het boekje dien je dan jezelf af te wenden, haar te negeren en pas
aandacht te geven als ze weer op vier voetjes staat. Maar ja, als je Chansa
vol overgave de Salsa ziet dansen en alles aan haar beweegt, van d’r neus tot
het puntje van haar staart uit pure blijdschap, tja, dan ga je toch als
vanzelf voor haar door de knieën?
Astrid Verburg
Meer informatie over Chansa of Spaanse soortgenoten:
www.pawsholland.nl

Botjes worden inmiddels grootmoedig
gedeeld

Ook de katten krijgen weer rust
Chansa de Spaanse wervelwind, deel 5 (slot)
Hoezo verwend?
Als je een Spaanse hond opvangt hoor je regelmatig “De asiels hier zitten
toch ook vol?” Dus voel je je elke keer verplicht uit te leggen dat uiteraard
ook Nederlandse asielhonden recht hebben op een nieuw baasje, maar dat de
asiels hier een paradijs zijn vergeleken bij de doorsnee Spaanse refugio.
Bovendien hebben onze Nederlandse asielhonden een grote kans op een nieuw
thuis. In Spanje zijn er zoveel zwerfhonden dat er nauwelijks interesse is
voor een asielhond. De honden die daar in het asiel belanden, redden het
meestal niet op straat. Het zijn verzwakte dieren, gewezen huishonden,
afgekeurde jachthonden of al dan niet op straat geboren pups. Sommige hebben
het geluk een goed thuis te vinden in ons land. Zo zijn de galgo’s, grote,
superslanke en vriendelijke jachthonden, op dit moment behoorlijk populair.
Volgens vele eigenaren zijn Spaanse honden ook anders. Niet alleen prachtig
sierlijk gebouwd, maar ook liever. Ja, dankbaarder zelfs.
Feestmaal
Wat wordt er onder dankbaar verstaan? Is Chansa bijvoorbeeld een dankbare
hond omdat ze alles eet en niet haar neusje optrekt voor een stuk brood? Het
is zeker prettig dat ze zo’n makkelijke eter is en het is helemaal handig dat
ze ook buiten direct naar je toekomt als je haar roept, wetende dat er iets
lekkers volgt. Wat dat betreft wint haar voorliefde voor een beloning het nog
steeds van haar jachtinstinct.
Minder leuk is dat het nooit genoeg lijkt te zijn. Zoals het een echte
straathond betaamt, schuimt ze de straten af op zoek naar iets eetbaars. Dat
laatste moet je ruim nemen, want ook kattendrollen vallen hieronder. Een
smerige gewoonte die ik niet één-twee-drie kan afleren. Dus roep ik weer de
hulp in van Anita, gedragsdeskundige van PAWS Holland. Zij raadt me aan om
het een en ander in scène te zetten. Als Chansa iets vindt voordat ik het
gezien heb, ben ik immers altijd te laat: ze heeft het al in haar bek of
verzwolgen. Rond de feestdagen verorberde ze tijdens één blokje om een stuk
kerstcake en een enorme gehaktbal. Leg dan maar eens aan een Spaanse
zwerfhond uit dat dit niet de bedoeling is. “Foei, stoute hond,” maakt weinig
indruk. Het feestmaal is reeds met smaak naar binnen gewerkt.
Bwèhggg
Dus gooi ik zelf etenswaar op straat voordat ik Chansa mee naar buiten neem.
Gewoon korstjes brood, blokjes kaas, hondebrokken, alles wat haar uitnodigt
om van straat te eten. Dan lijn ik Chansa aan voor een gezellig ommetje.
Quasi nonchalant trippelen wij op de uitgestalde hapjes af en ondertussen
houd ik haar nauwlettend in de gaten. Chansa’s neus leidt haar direct naar
het lekkers en zodra ik zie dat zij haar bek opent om het enthousiast naar
binnen te werken, grom ik een luid en duidelijk “bwèhggg!” waar de walging
van af druipt en geef een rukje aan de lijn zodat ze het niet kan pakken.
Zodra Chansa, nog onder de indruk van mijn uitgespuwde afkeer een paar
stappen met me meeloopt, weg van de kaas en de korst, beloon ik haar
uitbundig. Onder een “goed zo!, dat is braaf!” tover ik een flink stuk
hondenworst uit mijn jaszak. Direct daarna proberen we het weer en na een
paar keer herhalen, laat ze de etenswaar op straat voor wat het is en kijkt
mij verwachtingsvol aan. Dit is het moment dat ik haar de hemel in prijs en
vol prop met de worst. Met de kattendrollen duurt het wat langer - om die nu
te verzamelen en op straat te strooien gaat me toch net iets te ver – maar op
een gegeven moment laat ze die spontaan vallen als ik “bwègggg!” combineer
met een stukje worst. Haar belangstelling voor kattenuitwerpselen neemt op
een gegeven moment zelfs helemaal af. Wellicht begint ze door te krijgen dat
ze niet meer steeds op zoek hoeft; het eten wordt immers dagelijks thuis
geserveerd en er zijn genoeg tussendoortjes die smakelijker zijn dan een
droge drol.
Verwend
Chansa eet als een dijkwerker en met al die beloningen tussendoor zou je
denken dat ze al aardig tonnetje rond wordt. Niets is minder waar. Madammeke
heeft zoveel energie dat ze het er direct weer afrent: als wij één keer het
park rond zijn, heeft zij het al twintig keer doorkruist. Mijn bouvier, die
steeds meegeniet van de keren dat er een beloning wordt uitgedeeld, begint
wel zoetjesaan in gewicht toe te nemen. Tijd om het continu belonen langzaam
maar zeker af te bouwen tot we op het niveau zijn van ‘interval-belonen’, wat
zoveel wil zeggen als soms wel en soms niet. Chansa is inmiddels een knappe
hond die aardig wat commando’s kent en uitvoert, ook al volgt er niet elke
keer een brokje.
Gek genoeg gaat het minderen me nog niet goed af. Baasjes die een hond uit
het buitenland hebben, vinden het vaak moeilijk de hond niet te veel te
vertroetelen. Dat geldt ook voor mij. Waarschijnlijk proberen we onbewust de
hond zijn armzalige bestaan als straathond te doen vergeten door extra
privileges toe te kennen. Zo zijn er veel meer hondenkoekjes en worst in huis
sinds Chansa haar intrede heeft gedaan en mag zij gezellig naast mij op de
bank en
's ochtends bij het ontwaken op bed. Hoezo verwend?
Omdat ik dit mijn bouvier dan ook niet mag ontzeggen is het soms best vol op
bank en bed. Gelukkig houdt mijn Barrie het maar even vol en ligt hij veel
liever aan mijn voeten; waar een hond ook eigenlijk hoort, wil hij zich niet
jouw gelijke wanen in de rangorde. Toch heeft Chansa heel goed door dat ik de
baas ben terwijl ze ongegeneerd met vier poten in de lucht op de bank hangt.
Míjn bank!
Anders wordt het wanneer zich een gezin met twee kinderen meldt dat graag
Chansa wil adopteren. De jongste, een lief knulletje van negen jaar, kan niet
naast haar op de bank plaatsnemen zonder dat madam naar hem gromt. Als ze tot
twee keer toe naar hem heeft gehapt, gelukkig in de lucht, is de maat vol.
Vijf dagen na de tranen die ik stortte bij het afscheid, is ze weer bij me
terug. Ik voel me een tikje schuldig want tja, bij mij mocht ze op de bank en
dus is het niet zo gek dat ze dit bij anderen ook denkt te mogen. Vooral als
er niks van wordt gezegd. Alleen zien honden kinderen vaak niet als
‘volwaardige wezens’ en moet je niet raar opkijken als de hond met brommen en
happen een kind zal verjagen van ‘zijn plek’: “Scheer je weg vlegel, dit is
mijn bank!”.
Deze denkfout bij de hond moet je zien te voorkomen door bij thuiskomst de
hond consequent als laatste te begroeten, dus ná de kinderen, en de hond een
eigen plek te geven die letterlijk lager is dan de hoogte van de bank. Van
die dingen die je eigenlijk wel weet, maar soms worden vergeten met als
gevolg dat de hond in de war raakt. Chansa was in de war: het nieuwe vrouwtje
had haar gestraft voor dingen die ze niet begreep en ze vertrouwde Chansa
niet meer, hetgeen het hondje dondersgoed voelde. De verwarring in haar
koppie uitte ze door bij terugkomst zacht jankend tegen me aan te leunen. Ik
had haar nog nooit zo gezien. Mijn blije roodbonte stuiterbal was in enkele
dagen in een onzeker hoopje hond veranderd.
Bijzonder
Gelukkig zijn honden veerkrachtig en zeker vrolijke straatschoffies als
Chansa. De volgende dag was het leed geleden en nu huppelt ze weer net zo
opgewekt als altijd in het rond.
Eerlijk is eerlijk; ik ben blij. Kan ik nog even van haar genieten voordat
deze lieve, gekke, zonnige Spaanse wervelwind een nieuw thuis vindt en haar
eigen weg zal gaan. En is Chansa als Spaanse viervoeter anders? Ach, in elk
geval is zij bijzonder. Geen hond kan zo enthousiast de salsa dansen als zij
en voor geen goud had ik deze tijd met mijn opvanghond willen missen.
Astrid Verburg


Chansa heeft inmiddels een heel goed thuis gevonden. Ze woont bij reu Marley,
haar grootste vriend. Meer weten over Spaanse lotgenoten? Kijk op www.pawsholland.nl


|