Chansa

Een rubriek over een opvanghondje.
Chansa van PAWS in Hondenmanieren!

Chansa de Spaanse wervelwind

“Een rubriek over een opvanghondje uit Spanje, waar de nood voor viervoeters hoog is”. Ik tetterde een superenthousiaste riedel door de telefoon over hoe gewéldig leuk dat zou zijn. De hoofdredacteur van Hondenmanieren, hoorde het geduldig aan en kwam daarna direct to the point: Hondenmanieren zat niet bepaald te wachten op een reeks juichende artikelen over het importeren van viervoeters uit het zonnige zuiden, maar had wél interesse in een eerlijk verhaal over de leuke, maar soms ook de minder vrolijke kanten. Want zeg nou zelf: we voelen natuurlijk allemaal onze knieen knikken als we de rijendikke schattige snoetjes op internet voorbij zien komen, maar weten mensen wel waar ze aan beginnen of zijn Spaanse hondjes impulsaankopen?

Verliefd

De hoofdredacteur had een punt. De doorgaans goedbedoelende organisaties die zwerfhonden uit Zuid Europa via internet aan de man proberen te brengen, schieten als paddestoelen uit de grond. Even googlen op ‘honden’ en ‘Spanje’ en je wordt bedolven onder de kansarme stakkertjes. Volgens de beschrijvingen allemaal even lief en snakkend naar dat ene baasje in West Europa die hen uit de misère van het Spaanse asielleven haalt. Het volgende moment heb je er stiekem al eentje uitgekozen die wel héél zielig de camera in koekeloert. Alle mogelijke twijfels worden subiet aan de kant geschoven, je bent immers verliefd en het beestje verdient een kans!

En voor je het weet sta je op Schiphol, wachtend op jouw pluizige Spanjool die straks uit de buik van het vliegtuig komt rollen. Eenmaal thuis is het niet denkbeeldig dat het zielige hoopje hond met die grappige oren van de foto eerst eens even fijn je nieuwe vloerbedekking besproeit (in het asiel hoefde je immers als hond niet zo nodig je plas op te houden), de katten tot de nok toe opjaagt (veel Spaanse honden hebben een flinke scheut jachthondenbloed) en je bank uitgraaft om eindelijk dat fijne, veilige holletje te creëren dat 'ie in het asiel zo node moest missen. En dan hebben we het niet eens over de getraumatiseerde exemplaren die nooit een vrolijke huishond zullen worden.

Zwaar overdreven, zul je misschien denken, het gaat toch vaak goed? Klopt, met de nodige begeleiding en geduld gaat het ook vaak goed en honden kunnen zich wonderwel snel aanpassen. Maar toch, wat weten we eigenlijk van Pablo, Chico of Rosita? Zonder al te diepgaande kennis van de opgedane ervaringen van de desbetreffende zwerfhond storten we ons welgemoed in het avontuur. En even een blokje om voor een eerste indruk doe je niet zo snel als hondlief in Benidorm zit.

Toch - en misschien juist om bovengenoemde redenen - ging Hondenmanieren akkoord met mijn voorstel: “een opvanghondje uit Spanje, wat brengt dat allemaal met zich mee?”. Maar er zaten voorwaarden aan vast: ik moest een organisatie vinden die meer deed dan massaal honden naar Nederland halen: die zijn betrouwbaarheid in de loop der jaren had bewezen, die hart voor en visie had op de problematiek van de Spaanse viervoeters, die ook lokaal hulp verleende, die werkte met opvanggezinnen en zorg bleef dragen voor de geplaatste honden.

Weken, zo niet maanden ben ik bezig geweest me te verdiepen in het enorme aanbod van dierenwelzijnsorganisaties en soms zag ik door de bomen het bos niet meer. Uiteindelijk kwam ik bij Stichting PAWS terecht. Deze organisatie bleek aan alle wensen te voldoen en ook voorzitter Rita Rebel was enthousiast. Al de volgende dag ontving ik vanuit Spanje foto’s en beschrijvingen van drie mogelijke kandidaten in mijn mailbox. Het was direct duidelijk dat PAWS Holland korte lijnen had met het asiel in Spanje en dat er sprake was van een hechte samenwerking.

Zij die haar kans grijpt

Mijn voornemen was een klein, rustig hondje op te vangen. Klein omdat ze dan in een hondenfietsmand zou passen als ik met mijn kruising-bouvier aangelijnd de fiets zou pakken. En rustig omdat ik twee oudere katten heb die niet gesteld zijn op al te veel drukte in huis. Géén jachthondje dus. Verder maakte me het niet veel uit al zou een teefje wel leuk zijn.

Toen ik de foto van Chansa zag, wist ik het meteen. Dit halfjaar oude, roodwitte hondje met haar grappige flaporen keek me zo ernstig aan, dat ik eigenlijk geen oog meer had voor de andere twee kandidaten. Bovendien kon ze lachen, stond er in haar beschrijving en op één van de foto’s zag ik inderdaad iets van een scheve grimas. Een rasechte Spaanse vagebond, met een volwassen blik voor haar jonge leeftijd. Chansa had het nodige meegemaakt: haar zusje was vlak naast haar door de eigenaar door de kop geschoten en Chansa wachtte hetzelfde lot. Dit speelde zich zo’n honderd meter van het asiel af, in een prachtige bergachtig gebied. Teletubbieland, vol met sinaasappelbomen, olijfgaarden en velden vol verse kruiden en op een steenworp afstand van de badplaats Carrucha. Chansa schrok zo van het schot dat zij zich losrukte en wist te ontsnappen door zich bij de buurman te verstoppen, die haar vervolgens naar het nabijgelegen asiel Los Callardos van PAWS Spanje bracht. Daar kreeg zij de naam Chansa, wat zoveel betekent als ‘zij die haar kans grijpt’.

Deze kleine survivor zou het worden: mijn Spaanse ster in haar eigen rubriek. Rita regelde alles in no-time, zelfs mijn overnachting en voor ik het wist zat ik met haar in het vliegtuig naar Alicante. Eenmaal in Los Callardos aangekomen was ik diep onder de indruk. Het asiel zag er degelijk en schoon uit, de honden hebben voor asielbegrippen echt de ruimte en er wordt hard gewerkt. De bewoners krijgen zoveel mogelijk aandacht en dagelijks de gelegenheid de poten te strekken en te spelen. Het was ontroerend om te zien hoe asielleidster Valerie en de vrijwilligers hun best doen om het de dieren zoveel mogelijk naar de zin te maken.

Chansa was duidelijk in haar nopjes met het bezoek aan haar deur. Haar hele lijfje schudde van blijdschap terwijl ze luid bromde van genoegen. Haar voorpoten klemde ze om de tralies en het leek wel of ze zich tussen de spijlen door wilde wurmen. Eenmaal uit haar hok sloeg de schrik me echter om het hart. Deze uitgelaten bonte stuiterbal, met een schofthoogte van bijna een halve meter, leek in niets op het kleine rustige hondje dat ik al die tijd in gedachten had gehad. Onder haar schattige snoetje en tengere lijfje zaten een paar sierlijke Bambi-stelten waarmee ze zich razendsnel verplaatste. Ze had de bouw van een ‘rasechte’ Spaanse jachthond. Links en rechts schoot ze langs me heen; een sprintje hier, een bokkensprong daar: één brok levenslust. Als ik haar mee zou nemen, zou het wel eens gedaan kunnen zijn met de rust in huis. En of ik mijn katten daar een plezier mee deed? Ik twijfelde.

Tja…

Terwijl ik zittend op de grond nederige excuses aan het bedenken was naar de medewerkers van PAWS die alles voor mij hadden geregeld, kreeg Chansa mij in het vizier. Ze spurtte op me af, kronkelde haar tengere lijfje over me heen en begon dolblij in mijn haar te happen en m'n gezicht af te lebberen.

Het moge duidelijk zijn: de komende maanden zit ik, tot zich een goed baasje aandient, met een Spaanse wervelwind opgescheept.

Astrid Verburg
 



Chansa de Spaanse wervelwind, deel 2
Erger dan de Piranha’s

Het vliegtuig vertrekt pas ’s avonds en om Chansa moe te krijgen voordat zij aan haar reis naar Nederland begint, mag ze in de kleuteropvang bij de andere jonge honden. Het is een groot buitenverblijf met speelgoed, badjes en iglovormige hondenhokken. Het nest bonte kruisingherders dat hier ronddartelt, wordt door de medewerkers van het asiel liefdevol de Piranha’s genoemd omdat ze lekker druk zijn en graag overal hun tandjes in zetten, zoals het jonge honden betaamt. Veilig vanachter het gaas sla ik Chansa gade. De Piranha’s hebben weliswaar de naam, maar al gauw blijkt Chansa met al haar opgekropte energie de grootste druktemaker van het hele stel. Met haar ranke windhondenlijfje racet ze door de badjes, sjeest ze in en uit de iglo’s en zigzagt ze door het verblijf met in haar kielzog vier herders. Na zo’n twintig rondjes raken de Piranha’s danig uitgeput en geven de achtervolging op, tot grote teleurstelling van Chansa.
Een dik uur later, als ik een ronde heb gemaakt langs alle andere bewoners van het asiel, zie ik nog steeds een roodwitte schicht door het buitenverblijf vliegen. Ik begin me enigszins zorgen te maken; is Chansa eigenlijk wel moe te krijgen?

Trippel trippel

Misschien helpt een stevige wandeling. Chansa trekt haar scheve grijns en staat dolblij met haar hele lijfje te schudden. Zelfs haar koppetje wiegt mee terwijl ze de Salsa danst. Alle afleiding is welkom. Eenmaal aangelijnd en buiten de poort heeft ze maar één interesse: snuffelen. De hele stoffige weg rondom het asiel blijft ze met haar bruinroze neusje aan de grond gekleefd. Elke dorre grasspriet wordt nauwkeurig onderzocht. Al die nieuwe geuren, na maanden verblijf in het asiel, lijken een feest voor haar reukorgaan, want ze kwispelt er druk bij. Als we bij het stuk land komen waar haar zusje is doodgeschoten en waar Chansa wist te ontsnappen, staat ze even stil en kijkt op. Snel een ander pad in, weg van de plek des onheils. Chansa volgt braaf zonder om te kijken.
Als je zoals ik gewend bent aan een bouvier die als een kalme doedel naast je kuiert, is het even wennen aan het getrippel van dit Spaanse dametje. Ook wordt duidelijk dat Chansa nooit aan de riem heeft gelopen, ze zwalkt van links naar rechts en dan het liefst voor m’n voeten. Het is knap lastig als je steeds probeert al die dribbelende tenen te ontwijken en na de wandeling ben ik buiten adem, maar bij Chansa is geen spoortje van vermoeidheid te bekennen.

Siësta

De Piranha’s houden siësta in het zonnetje. Chansa vindt het maar een dooie boel en begint aan een oor te trekken in de hoop weer wat leven in de brouwerij te brengen. Als deze poging mislukt – de siësta is voor vele Spaanse honden heilig – kijkt ze verbouwereerd om zich heen. Ze is enorm alert op haar omgeving, alles volgt ze met nieuwsgierige oogjes. Ook als ik op behoorlijke afstand passeer, zie ik haar witte snoetje in mijn richting draaien en blijft ze me volgen tot ik uit zicht ben.
Hoewel er in het asiel Los Callardos voor mensen niks te eten en te drinken is behalve smerigsmakend kraanwater, en ik me aan het eind van de dag zelf een uitgehongerde zwerfhond voel, vind ik het bijna jammer dat het tijd wordt om te vertrekken. Chansa en ik nemen afscheid van de Piranha’s en van de aanwezige vrijwilligers.
Valerie brengt ons naar het vliegveld, wat een rit betekent van ruim twee uur. Niet alleen Chansa maar ook Annie, een slanke, vrolijke, blonde labrador en een voormalige kettinghond, reizen met mij mee. Voordat we ze in de reisbench stoppen, krijgen de honden een tabletje in een stukje worst verpakt waardoor ze wat soezerig worden. Het is geen slaappilletje, dat mag ook niet tijdens het vliegen, maar een natuurlijk middeltje om te ontspannen. Beide honden zijn opvallend rustig. Annie gaat meteen liggen en Chansa koekeloert heel de autorit zoet om zich heen.

Handdoek

Bij het vliegveld aangekomen, blijkt Chansa te hebben overgegeven en wij haasten ons richting toiletten om haar bench te verschonen. Vlak voordat ik haar bench onder handen neem met wc-papier en water, eet ze nog net het stukje worst op dat ze er eerst had uitgegooid. Valerie en ik knikken tevreden: het pilletje zit er weer in.
Ik vervang de vieze handdoek nu door een eigen handdoek die ik van huis heb meegenomen. Op aanraden van Rita Rebel, de voorzitter van PAWS Holland, heb ik deze doek een week lang onder mijn pyjama gedragen en ook mijn katten en Barrie de bouvier hebben er op gelegen. Het is de bedoeling dat Chansa vertrouwd raakt met deze geuren. Dit moet haar een beetje troosten tijdens de reis en straks de kennismaking met de nieuwe huisgenoten versoepelen.
Wachtend in de rij voor de vertrekbalie praat ik steeds zachtjes tegen Chansa en streel haar zachte snuitje door de tralies heen. Of het nu mijn kalmerende woorden zijn, onze pogingen om haar flink af te matten, of het anti-stresspilletje: Chansa begint zowaar te knikkebollen. Bij het inchecken wordt ze nog even wat onrustig. Valerie probeert haar te sussen, maar ze blijft om zich heen kijken tot ze mij weer in haar vizier krijgt. ‘She needs you now’, zegt Valerie en ik moet echt even slikken als ik haar overdoe aan het grondpersoneel en haar zie wegrijden op de trolley. Het smalle witte koppie met de vrolijke rode flapoortjes, verdwijnt langzaam uit beeld.

Aan boord

Valerie zwaait me uit en ineens voel ik me erg verantwoordelijk voor de twee honden die meereizen. In het vliegtuig klamp ik de eerste de beste stewardess aan om te vragen of Chansa en Annie wel aan boord zijn. Ze zal het checken, glimlacht ze me toe. Dan komt een verschrikkelijke gedachte bij me op, en ik trek een tweede stewardess aan haar vestje: ‘de verwarming staat toch wel aan in het deel waar de honden verblijven?’ Ja, de honden zitten onder de passagiers in het ruim en daar is het aangenaam van temperatuur. Ik voel me enigszins gerustgesteld maar haal pas echt opgelucht adem als stewardess 1 meldt dat de honden inderdaad aan boord zijn. De bevestiging hiervan krijg ik tien minuten later als ik na het opstijgen vrijwel recht onder mij zacht een hoge blaf hoor. Wellicht doen het handdoekje en de relaxpil hun werk, want ik hoor de rest van de vliegreis niks meer.

Naar huis

Op Schiphol verwacht ik dat de honden als eerste zijn uitgeladen, maar ik heb het mis. Alle koffers en bijbehorende passagiers zijn al lang en breed vertrokken en nog geen spoor van Chansa en Annie. Ik begin knap onrustig te worden en verwacht elk moment een roodaangelopen stewardess die mij het vreselijke nieuws komt vertellen: de honden zijn per ongeluk verscheept naar een ander toestel en zitten nu hoog en droog in the plane naar Toronto. Die arme Chansa en Annie, wat zullen ze zich verloren en gestresst voelen!
Het is inmiddels twaalf uur ’s nachts en ik wil net een noodoproep doen, als ik de trolley ontwaar met de twee benches. Op hun dooie akkertje duwen twee mannen in overal het karretje mijn richting op en ik zwaai als een dolle met mijn armen terwijl ik de enige ben die nog bij de lopende band staat. Alsof ze mij ook konden missen. Eenmaal aan de andere kant van de glazen pui valt het me pas op: zowel Chansa als Annie lijken net uit een diepe slaap te zijn ontwaakt. Met kleine oogjes knipperen ze tegen het felle licht en na zeven uur reizen, ogen ze verbazingwekkend relaxed. Het ontvangstcomité, iemand van PAWS Holland, de nieuwe baasjes van Annie en mijn vriend en ik, lijkt op hen weinig indruk te maken. Dan gaat Chansa staan, rekt zich eens lekker uit en zie ik het grappige, halflange stompstaartje voorzichtig heen en weer bewegen. Welkom in Nederland, kleine Chansa. Tijd om naar huis te gaan.

Astrid Verburg
 

Chansa de Spaanse wervelwind, deel 3
Dikke knuffel, pond worst

Zodra we binnenkomen – eindelijk thuis na de lange reis uit zuid Spanje – gaan de oortjes van Chansa overeind. Ze geeft een fikse ruk aan de lijn en ik kan me nog net schrap zetten. Madammeke heeft de katten ontdekt en laat een hoge blaf horen. Mijn katten zijn gewend aan honden, maar kiezen bij al dat lawaai toch snel het hazepad. Ik herinner Chansa fijntjes aan de handdoek met de geuren van mijn katten die ik had meegegeven in haar reisbench om alvast vertrouwd te raken met de andere aanwezige huisgenoten. ‘Dit zijn de katten die hier thuishoren. Die van die handdoek. Weet je wel?’ Het mag niet baten. Ze probeert een sprint te trekken achter mijn oude Saartje aan die de trap op vliegt. Gelukkig zit ze nog aan de riem en dat houd ik ook maar even zo.
Mijn bouvier logeert de eerste nacht bij mijn vriend zodat ze morgen tijdens een wandeling op neutraal terrein rustig kunnen kennismaken en Chansa nu even het domein voor haar zelf heeft. Voor mij ook wel prettig, want nu hoef ik me alleen op Chansa te concentreren en die vraagt alle aandacht.

Hoog en zacht
Inmiddels zal ze wel trek en dorst hebben en ik wijs haar de etensbakken, maar Chansa vindt het hoog tijd om haar nieuwe omgeving te verkennen. Dus krijgt ze een rondleiding door het huis en elk hoekje wordt zorgvuldig onderzocht. Onderweg pakt ze het botje én de knuffel die ze tegenkomt en sleept die mee. Als ik haar eigen kussen laat zien en daar het botje en de knuffel neerleg, gaat ze drie tellen liggen om vervolgens met botje en al en met een sierlijke sprong op de bank te belanden. Ze schikt wat kussens links en rechts en gaat tevreden aan het botje kluiven met een blik van ‘knappe jongen die me hier vandaan krijgt.’ Misschien zit er toch een scheut Podenco-bloed in, want dat ras schijnt graag hoog en zacht te liggen.

Ik laat de lijn even los en ga naar de keuken om voor mezelf wat te drinken in te schenken. Als ik me omdraai, staat ze ineens pal achter me met een groot vraagteken op haar voorhoofd. ‘Toch trek gekregen?’ vraag ik en wijs haar nogmaals op de bak met brokjes en het water en nu valt ze aan alsof ze in weken geen eten heeft gezien.

Kat en kikker
Eenmaal haar buikje rond, nestelt ze zich tegen me aan op de bank. Als mijn forse kater Baloo belangstellend komt kijken, schiet ze overeind en laat weer een harde blaf en gegrom horen. Ik grijp meteen in en geef een ruk aan de lijn gepaard gaande met een forse “Foei!”. Schuldbewust kijkt ze me aan. Ik besluit op de bank te blijven slapen met Chansa aangelijnd naast me. Als ik de volgende dag haar toch maar losmaak om te kunnen douchen en daarna naar beneden kom, heeft ze als verrassing een flinke drol en plas in de kamer gedeponeerd. De meeste Spaanse honden zijn niet zindelijk, want in het asiel word je nu eenmaal niet vier keer per dag uitgelaten. Negeren en opruimen maar. Net terwijl ik met meters keukenrol en emmers sop bezig ben, vliegt Chansa luid blaffend langs me heen. Baloo weet ternauwernood via het kattenluikje te ontsnappen. Ik geef meteen een brul en verwijs haar resoluut naar haar plek: de bank. Timide blijft ze hier nu zoet liggen tot mijn vriend komt met Barrie en we vertrekken voor een lange wandeling. Chansa denkt dat de pluche kikker ook mee moet wandelen en sjouwt hem mee in haar bek om hem vervolgens honderd meter verderop in een modderplas te dumpen. Wellicht vindt ze dat een goede plek voor een kikker.

Opgeruimd
In het park laat ik haar aan de lange lijn en huppelt ze vrolijk rond. Mijn Barrie blijft een beetje uit haar buurt nadat ze hem tot twee keer toe enthousiast ondersteboven heeft gegooid en een paar keer speels in zijn oren heeft gehangen. Chansa is niet bepaald een keurig opgevoed meisje, dat begint mijn bouvier wel duidelijk te worden. En Chansa is ook geen huishond. Als we terugkeren van de wandeling en ik de deur voor haar open doe, blijft ze weifelend staan. Mag ik echt mee naar binnen? In Spanje was daar geen denken aan. Honden blijven vrijwel altijd buiten. Met enige zachte drang durft ze dan toch de drempel over.
Eenmaal binnen begint ze verwoed alle botjes en knuffels te verzamelen om op en rond haar kussen een prachtig nest te bouwen. Ook sloffen en een rondslingerende krant worden ‘netjes opgeruimd’.

Varkensoren
Ze laat het gelaten toe als ik een bot afpak en aan mijn eigen hond geef, maar voordat ik me heb omgedraaid, heeft ze het al teruggepakt en weer aan haar collectie toegevoegd, mijn Barrie met lege poten achterlatend. Zo vergaat het hem ook als ik ze beiden een varkensoor geef. Razendsnel duikt ze toe en gaat er met twee oren vandoor. Niet dat ze hierdoor nu beter luistert, want als ik haar roep blijft ze met varkensoren pontificaal op de bank liggen. Druk kluivend en oostindisch doof. Eigenlijk gunt ze mijn hond helemaal niks en Barrie is zo’n jandoedel die niet meer doet dan mij een hoogstverbaasde blik toewerpen. Toch vindt ze het geen probleem als ik een oor afpak en alsnog aan Barrie geef. Even een beteuterende blik en dan neemt ze grootmoedig haar verlies.
De katten hebben het net als Barrie niet erg makkelijk. Ze kunnen geen poot de kamer inzetten, of Chansa wil er luidkeels op afvliegen. Het gevolg is dat ik geen tel rust heb. Ik moest zo nodig een Spaans hond opvangen en ik krijg waar voor mijn geld. Ik heb mijn handen vol aan het enigszins in het gareel houden van deze Spaanse peper. Halfoverspannen hang ik diezelfde avond al aan de telefoon met de gedragdeskundige van PAWS. Ik stort m’n hart uit bij Anita en gelukkig weet zij precies de goede dingen te zeggen en me te voorzien van een aantal handige tips waardoor ik weer wat moed krijg.
Eigenlijk is de oplossing voor het jagen op mijn katten vrij simpel: ik moet direct beginnen met plaatstraining. Diezelfde avond ga ik meteen aan de slag.

Gouden tip
Precies volgens de instructies van Anita laat ik Chansa een koekje zien en geef het commando “plaats” en breng haar naar haar kussen. Als ze haar kluif of het hondenkoekje wil meenemen naar een andere plek breng ik haar rustig terug naar haar nieuwe "plaats" en voeg daar ook het commando toe “plaats” of “mand”. Dit heeft ze in no time door. Iedere keer wanneer ze wil gaan slapen, bijvoorbeeld na een wandeling of een spelletje, breng ik haar rustig naar haar plaats en geef haar wat lekkers. De volgende stap: op afstand trainen en laten blijven, is dan eigenlijk verrassend klein.
Als Chansa zelf op haar plaats gaat liggen, mag zij er ook zelf weer afkomen. Heb ik haar echter het commando “plaats” gegeven, dan mag ze er pas af als ik het zeg. In het begin is dat misschien niet langer dan een halve minuut, maar dat is net lang genoeg om haar van het idee af te brengen om achter mijn katten aan te racen.

De belangrijkste tip die ik van de hondengedragsdeskundige van PAWS Holland krijg, lijkt heel simpel en toch blijkt het de gouden tip: namelijk Chansa luidkeels de hemel in prijzen als ze zoet blijft liggen als er een kat door de kamer wandelt. Dikke knuffel, pond worst er in. Daar is ze heel gevoelig voor.

Prinses op de erwt
Diezelfde avond merk ik al verbetering en twee dagen later lopen mijn katten vrij relaxed door de kamer. Oké, ze kunnen beter nog even geen sprintje trekken, maar dat gaat vast goedkomen. Ook Barrie wordt niet meer elk moment besprongen en mag soms zelfs rustig op een botje kauwen. Als Chansa ’s avonds als een prinses op de erwt in haar kussens ploft, en haar roodwitte kopje op mijn schoot legt, dan zijn er momenten dat ze bijna een zoet huishondje lijkt.

Astrid Verburg

 

Chansa de Spaanse wervelwind, deel 4

Een regelrechte Einstein

Staat de eerste week het huis nog op zijn kop, daarna keert de rust weer aardig terug. Chansa blijkt ongelooflijk snel te leren en doet erg haar best het iedereen naar de zin te maken. In een paar dagen tijd leert ze in huis de katten met rust te laten, weet ze wat de commando’s ‘zit’, ‘wacht’ en ‘blijf’inhouden en slaapt ze ‘s nachts rustig door zonder enig gepiep. Een superleerling! Hierbij helpt het enorm dat ze gevoelig van aard is; één krachtig ‘Foei’ en ze loopt over van schuldbewust vertoon.

Vliegenmepper

Het helpt eveneens dat ze erg van eten houdt: voor een lekker hapje doet ze alles. Zelfs stelen van het aanrecht en dát mag nou net weer niet.
Dus leer ik haar zo snel mogelijk dat ‘d’r uit’ inhoudt dat ze zich onmiddellijk uit de keuken dient te verwijderen. Zoet zitten bij de keukendrempel biedt nog de meeste kansen op een onverwachte traktatie. Op aanraden van de gedragsdeskundige van PAWS Holland heb ik een vliegenmepper op het aanrecht liggen, mocht ze het toch in haar bol halen om de keuken te inspecteren in mijn aanwezigheid. Het is natuurlijk de bedoeling dat ze zodra ze haar bruinroze neusje ergens in een keukenkast wil steken of op het aanrecht wil koekeloeren, het geluid van een stevige klap met de vliegenmepper op het aanrecht haar aan het schrikken maakt en haar op het rechte pad houdt.

Dievenpad

Maar Chansa is slim. Te slim om zich te laten zien als ik in de keuken ben. Nee, madammeke gaat het dievenpad op als het vrouwtje uit de buurt is. Hoe verder hoe beter. Het is dus even afwachten tot het moment zich voordoet dat ik haar op heterdaad kan betrappen. Om dat moment te bespoedigen, laat ik een vette hondenworst achter op het aanrecht. Ja, uitermate vals: ik zet alles in scène. Terwijl ik wacht op de dingen die komen gaan, blader ik quasi nonchalant door een tijdschrift. In mijn hand heb ik de disc-trainer, een elastiek met vijf metalen plaatjes, maar je kunt ook iets anders nemen dat rammelt. Ik zit net ver genoeg om Chansa het idee te geven dat ik het wellicht niet opmerk als ze voorzichtig eens een paar pootjes in de keuken zet.

Dekking

Ik blader ongestoord verder en ze begeeft zich nu vliegensvlug richting aanrecht. Terwijl haar neus haar naar de worst leidt en ze inmiddels al op haar achterste poten staat, klettert er een luid rinkelend voorwerp tussen haar en de worst in. Ze maakt een sprong en spurt de keuken uit. Met grote ogen van schrik rent ze naar me toe. Ik kijk nu enigszins verbaasd van mijn blad op en als ze met haar tengere lijfje dekking zoekt bij mij, sla ik beide armen om haar heen. Kwam daar zomaar iets uit de lucht vallen? Iets dat heel veel lawaai maakte en zomaar vlak voor je neus? Ik loop over van begrip. Nog een paar keer deze truc herhalen en Chansa zal zich wel een tweede keer bedenken voor ze iets van mijn aanrecht pikt, ook als ik niet in de buurt ben. Ze associeert het geluid immers niet met mij, maar met de handeling die ze verricht: het stelen van eten.


Rammelen

Voorwaarde voor het toepassen van deze truc is wel dat je een beetje moet kunnen acteren en aardig mikken. Het rammelende voorwerp mag je namelijk niet direct in de richting van de hond gooien, maar vóór hem of haar. Ben je daar op afstand niet zo goed in, dan kun je ook de afstand verkorten door naar de hond toe te lopen, en onder een flinke ‘Foei’ het klepperende voorwerp alsnog op het aanrecht te gooien, vlak vóór het nieuwsgierige neusje. Of je vult een plastic flesje met knikkers en die rol je op het moment suprème voorzichtig richting hond. Op deze manier zal de hond heel snel leren dat dit rammelende geluid slechts weerklinkt als hij iets verkeerds wil gaan doen. En nog mooier: in de toekomst zal hij of zij begrijpen dat als je slechts rammelt met het ding in je hand dat ie beter zijn snode plannetjes kan staken. Eigenlijk zeg je hiermee: ik ben de baas en ik ben niet akkoord. Om het plezier in het leren te blijven houden, eindig ik altijd met een oefening die Chansa heel goed kent, zoals 'af ' en 'blijf' om haar daarna regelrecht de hemel in te prijzen.

Wringen en wriemelen

Zoals gezegd Chansa is een snelle leerling en het stelen behoort al vlug tot de verleden tijd. Hardnekkiger af te leren is haar bezitterigheid. Dit geldt niet meer zozeer voor de botjes en de knuffelbeesten. Sinds is gebleken dat die in voldoende hoeveelheden dagelijks worden aangevoerd, worden ze groothartig gedeeld met huisgenoot Barrie. Wat blijft is de jaloezie als het gaat om aandacht. Telkens als ik Barrie eens lekker over zijn bol wil aaien, wringt er zich een superblij roodwit snoetje tussen. In het begin is dat dolkomisch, maar op een gegeven moment moeten Barrie en ik bijna stiekeme afspraakjes maken om nog eens quality-time te kunnen delen. Mijn bouvier is gelukkig verre van jaloers, maar echt leuk lijkt hij het niet te vinden als alle aandacht uitgaat naar degene die zich steeds blijmoedig naar voren weet te wurmen: Chansa. Het enige dat blijkt te werken, is haar volkomen negeren. En negeren betekent dan ook níet aankijken. Ook niet even. Chansa lijkt even in het luchtledige op te lossen en alle aandacht gaat uit naar Barrie. In het begin probeert ze nog haar oude wring- en wriemeltruc, maar we geven haar geen millimeter ruimte. Wonderwel geeft ze nu zonder morren op en gaat welgemoed iets anders doen tot het moment daar is dat zij aan de beurt is voor een dikke knuffelpartij.

Zoenwerk

Ook hierin maken we vorderingen en ik ben apetrots op haar. Vergeleken bij mijn Barrie, die toch echt geen slechte leerling was, is Chansa een regelrechte Einstein. Ze leert als een dolle en met plezier. Er is echter één oefening waar wij hopeloos in falen en dat ligt niet aan haar.
Chansa is altijd zo blij als ze je ziet dat het ultieme doel, het betere ‘zoenwerk’ in het gezicht, koste wat het kost bereikt moet worden. Ze springt tegen je op en wil je overladen met haar enthousiasme en haar ‘kussen’. Volgens het boekje dien je dan jezelf af te wenden, haar te negeren en pas aandacht te geven als ze weer op vier voetjes staat. Maar ja, als je Chansa vol overgave de Salsa ziet dansen en alles aan haar beweegt, van d’r neus tot het puntje van haar staart uit pure blijdschap, tja, dan ga je toch als vanzelf voor haar door de knieën?

Astrid Verburg

Meer informatie over Chansa of Spaanse soortgenoten: www.pawsholland.nl

 

Botjes worden inmiddels grootmoedig gedeeld

 

Ook de katten krijgen weer rust

 

Chansa de Spaanse wervelwind, deel 5 (slot)
Hoezo verwend?

Als je een Spaanse hond opvangt hoor je regelmatig “De asiels hier zitten toch ook vol?” Dus voel je je elke keer verplicht uit te leggen dat uiteraard ook Nederlandse asielhonden recht hebben op een nieuw baasje, maar dat de asiels hier een paradijs zijn vergeleken bij de doorsnee Spaanse refugio. Bovendien hebben onze Nederlandse asielhonden een grote kans op een nieuw thuis. In Spanje zijn er zoveel zwerfhonden dat er nauwelijks interesse is voor een asielhond. De honden die daar in het asiel belanden, redden het meestal niet op straat. Het zijn verzwakte dieren, gewezen huishonden, afgekeurde jachthonden of al dan niet op straat geboren pups. Sommige hebben het geluk een goed thuis te vinden in ons land. Zo zijn de galgo’s, grote, superslanke en vriendelijke jachthonden, op dit moment behoorlijk populair. Volgens vele eigenaren zijn Spaanse honden ook anders. Niet alleen prachtig sierlijk gebouwd, maar ook liever. Ja, dankbaarder zelfs.

Feestmaal

Wat wordt er onder dankbaar verstaan? Is Chansa bijvoorbeeld een dankbare hond omdat ze alles eet en niet haar neusje optrekt voor een stuk brood? Het is zeker prettig dat ze zo’n makkelijke eter is en het is helemaal handig dat ze ook buiten direct naar je toekomt als je haar roept, wetende dat er iets lekkers volgt. Wat dat betreft wint haar voorliefde voor een beloning het nog steeds van haar jachtinstinct.
Minder leuk is dat het nooit genoeg lijkt te zijn. Zoals het een echte straathond betaamt, schuimt ze de straten af op zoek naar iets eetbaars. Dat laatste moet je ruim nemen, want ook kattendrollen vallen hieronder. Een smerige gewoonte die ik niet één-twee-drie kan afleren. Dus roep ik weer de hulp in van Anita, gedragsdeskundige van PAWS Holland. Zij raadt me aan om het een en ander in scène te zetten. Als Chansa iets vindt voordat ik het gezien heb, ben ik immers altijd te laat: ze heeft het al in haar bek of verzwolgen. Rond de feestdagen verorberde ze tijdens één blokje om een stuk kerstcake en een enorme gehaktbal. Leg dan maar eens aan een Spaanse zwerfhond uit dat dit niet de bedoeling is. “Foei, stoute hond,” maakt weinig indruk. Het feestmaal is reeds met smaak naar binnen gewerkt.

Bwèhggg

Dus gooi ik zelf etenswaar op straat voordat ik Chansa mee naar buiten neem. Gewoon korstjes brood, blokjes kaas, hondebrokken, alles wat haar uitnodigt om van straat te eten. Dan lijn ik Chansa aan voor een gezellig ommetje. Quasi nonchalant trippelen wij op de uitgestalde hapjes af en ondertussen houd ik haar nauwlettend in de gaten. Chansa’s neus leidt haar direct naar het lekkers en zodra ik zie dat zij haar bek opent om het enthousiast naar binnen te werken, grom ik een luid en duidelijk “bwèhggg!” waar de walging van af druipt en geef een rukje aan de lijn zodat ze het niet kan pakken. Zodra Chansa, nog onder de indruk van mijn uitgespuwde afkeer een paar stappen met me meeloopt, weg van de kaas en de korst, beloon ik haar uitbundig. Onder een “goed zo!, dat is braaf!” tover ik een flink stuk hondenworst uit mijn jaszak. Direct daarna proberen we het weer en na een paar keer herhalen, laat ze de etenswaar op straat voor wat het is en kijkt mij verwachtingsvol aan. Dit is het moment dat ik haar de hemel in prijs en vol prop met de worst. Met de kattendrollen duurt het wat langer - om die nu te verzamelen en op straat te strooien gaat me toch net iets te ver – maar op een gegeven moment laat ze die spontaan vallen als ik “bwègggg!” combineer met een stukje worst. Haar belangstelling voor kattenuitwerpselen neemt op een gegeven moment zelfs helemaal af. Wellicht begint ze door te krijgen dat ze niet meer steeds op zoek hoeft; het eten wordt immers dagelijks thuis geserveerd en er zijn genoeg tussendoortjes die smakelijker zijn dan een droge drol.

Verwend

Chansa eet als een dijkwerker en met al die beloningen tussendoor zou je denken dat ze al aardig tonnetje rond wordt. Niets is minder waar. Madammeke heeft zoveel energie dat ze het er direct weer afrent: als wij één keer het park rond zijn, heeft zij het al twintig keer doorkruist. Mijn bouvier, die steeds meegeniet van de keren dat er een beloning wordt uitgedeeld, begint wel zoetjesaan in gewicht toe te nemen. Tijd om het continu belonen langzaam maar zeker af te bouwen tot we op het niveau zijn van ‘interval-belonen’, wat zoveel wil zeggen als soms wel en soms niet. Chansa is inmiddels een knappe hond die aardig wat commando’s kent en uitvoert, ook al volgt er niet elke keer een brokje.
Gek genoeg gaat het minderen me nog niet goed af. Baasjes die een hond uit het buitenland hebben, vinden het vaak moeilijk de hond niet te veel te vertroetelen. Dat geldt ook voor mij. Waarschijnlijk proberen we onbewust de hond zijn armzalige bestaan als straathond te doen vergeten door extra privileges toe te kennen. Zo zijn er veel meer hondenkoekjes en worst in huis sinds Chansa haar intrede heeft gedaan en mag zij gezellig naast mij op de bank en
's ochtends bij het ontwaken op bed. Hoezo verwend?
Omdat ik dit mijn bouvier dan ook niet mag ontzeggen is het soms best vol op bank en bed. Gelukkig houdt mijn Barrie het maar even vol en ligt hij veel liever aan mijn voeten; waar een hond ook eigenlijk hoort, wil hij zich niet jouw gelijke wanen in de rangorde. Toch heeft Chansa heel goed door dat ik de baas ben terwijl ze ongegeneerd met vier poten in de lucht op de bank hangt.

Míjn bank!

Anders wordt het wanneer zich een gezin met twee kinderen meldt dat graag Chansa wil adopteren. De jongste, een lief knulletje van negen jaar, kan niet naast haar op de bank plaatsnemen zonder dat madam naar hem gromt. Als ze tot twee keer toe naar hem heeft gehapt, gelukkig in de lucht, is de maat vol.
Vijf dagen na de tranen die ik stortte bij het afscheid, is ze weer bij me terug. Ik voel me een tikje schuldig want tja, bij mij mocht ze op de bank en dus is het niet zo gek dat ze dit bij anderen ook denkt te mogen. Vooral als er niks van wordt gezegd. Alleen zien honden kinderen vaak niet als ‘volwaardige wezens’ en moet je niet raar opkijken als de hond met brommen en happen een kind zal verjagen van ‘zijn plek’: “Scheer je weg vlegel, dit is mijn bank!”.
Deze denkfout bij de hond moet je zien te voorkomen door bij thuiskomst de hond consequent als laatste te begroeten, dus ná de kinderen, en de hond een eigen plek te geven die letterlijk lager is dan de hoogte van de bank. Van die dingen die je eigenlijk wel weet, maar soms worden vergeten met als gevolg dat de hond in de war raakt. Chansa was in de war: het nieuwe vrouwtje had haar gestraft voor dingen die ze niet begreep en ze vertrouwde Chansa niet meer, hetgeen het hondje dondersgoed voelde. De verwarring in haar koppie uitte ze door bij terugkomst zacht jankend tegen me aan te leunen. Ik had haar nog nooit zo gezien. Mijn blije roodbonte stuiterbal was in enkele dagen in een onzeker hoopje hond veranderd.

Bijzonder

Gelukkig zijn honden veerkrachtig en zeker vrolijke straatschoffies als Chansa. De volgende dag was het leed geleden en nu huppelt ze weer net zo opgewekt als altijd in het rond.
Eerlijk is eerlijk; ik ben blij. Kan ik nog even van haar genieten voordat deze lieve, gekke, zonnige Spaanse wervelwind een nieuw thuis vindt en haar eigen weg zal gaan. En is Chansa als Spaanse viervoeter anders? Ach, in elk geval is zij bijzonder. Geen hond kan zo enthousiast de salsa dansen als zij en voor geen goud had ik deze tijd met mijn opvanghond willen missen.

Astrid Verburg



 


Chansa heeft inmiddels een heel goed thuis gevonden. Ze woont bij reu Marley, haar grootste vriend. Meer weten over Spaanse lotgenoten? Kijk op www.pawsholland.nl


 

 

www.pawsholland.nl